De koolstofbubbel of je leven?
Alhoewel voor geen meter subversief, is Carbon Tracker Initiative een zeer gekende NGO, die serieus werk verricht omtrent het “koolstofbudget”, anders gezegd de hoeveelheid fossiele koolstof die de mensheid nog in de atmosfeer kan lossen onder de vorm van CO2 tot 2050, als men nog het geluk wil hebben om een temperatuursverhoging van 2°C niet (te veel) te overstijgen.
Het laatste rapport ontbreekt het zeker niet aan belang. Carbon Tracker steunt zich op het werk van het Potsdam Institute en onderstreept de volgende elementen:
- in 2011 heeft de wereldeconomie reeds één derde van het koolstofbudget van 886 Gigaton koolzuurgas (GtCO2) verbruikt waarover het beschikte in de periode 2000-2050. Het beschikbare saldo bedraagt niet meer dan 565 GtCO2;
- de aangetoonde reserves aan fossiele brandstoffen in handden van openbare – en privébedrijven en van regeringen komt overeen met een uitstoot van 2.795 GtCO2;
- de gedeeltes van deze reserves die in handen zijn van de 100 grootste privébedrijven in de kolensector en van de 100 grootste in de gas-en petroleumsectoren komen overeen met zo’n 745 GtCO2, de rest is in handen van staten, meer bepaald aan Saoedi-Arabië
Het feit dat het saldo aan het beschikbare fossiele koolstof niet meer dan 565 GtCO2 bedraagt op een totaal van 2.795 komt er op neer dat, om het klimaat niet te veel te ontwrichten, 80% van de gekende steenkool-, aardolie- en aardgasreserves ondergronds dienen te blijven, zodat ze nooit kunnen opgebrand worden.
Welnu, deze reserves worden uiteraard ten gelde gemaakt door de eigenaars ervan en dragen zo bij om de waarde van de aandelen te bepalen (tenminste als deze eigenaars ondernemingen zijn: de Saoedi-Arabische koninklijke familie staat niet genoteerd op Wall Street…).
De waarde van deze aandelen wordt bepaald op de beurs .
Het is dus schijnheilig en foutief met de vinger te wijzen naar “de Chinezen” of naar “de Indiërs”, die steenkool opstoken alsof het niet opkan, en die volgens sommigen de grote dwarsliggers zouden zijn om het klimaat wijselijk te reguleren: het geglobaliseerde financieringskapitaal trekt aan de koordjes van de wedren naar de klimatologische afgrond. Het zijn zij dan ook die als eersten op de beklaagdenbank zouden moeten zitten. Ze zijn direct verantwoordelijk voor het feit dat de kapitalistische economie verder blijft te draaien op 80% van de fossiele energiebronnen.
Het rapport van Carbon Tracker toont een interessante grafiek die de verdeling van de aandelen aantoont van privébedrijven in steenkool, gas en petroleum op de beursvloeren van de planeet. Dit laat toe om het koolstofbudget van een land te vergelijken met zijn engagement in het verderzetten van de misdadige uitbating van fossiele brandstoffen. Men stelt bijvoorbeeld vast dat een land zoals het Verenigd Koninkrijk, waarvan het koolstofbudget ongeveer zo’n 10 GtCO2 bedraagt, via de beurs van Londen, fossiele reserves controleert die overeenkomen met zo’n 105,5 GtCO2.
Waanzinnige politiek
Waarom gaat het kapitaal verder met deze waanzinnige politiek, als vandaag de dag heel de wereld weet vanaf welk punt de opwarming een ernstige bedreiging voor de mensheid betekent? We kennen de antwoorden: de hernieuwbare energiebronnen kosten meer, de kosten voor de schade door de opwarming zijn zo hoog dat hun “internationalisering” onmogelijk is, de pressiegroepen van de fossiele brandstoffen – of zij die afhangen van fossiele brandstoffen (de autosector, de petrochemie, de luchtvaart, enz)- zijn machtiger dan de regeringen.
Het Carbon Tracker rapport laat ons toe een oordeel te vellen over deze laatste factor. Eigenlijk, als 80% van de aangetoonde reserves van fossiele brandstoffen in de grond dient te blijven, dan vloeit daar eenvoudig weg uit voort dat de betrokken bedrijven de onmiddellijke vernietiging van 80% van hun kapitaal zouden moeten aanvaarden.
Ten opzichte van dit is het failliet van Lehman Brothers slechts een grap, want de betrokken ondernemingen zijn giganten, peilers van het mondiaal kapitalisme – bedrijven als Shell, BP, Exxon, enz. – waarvan de aandelen een groot deel uitmaken van de portefeuilles van pensioenfondsen en andere grote kapitalistische investeerders.
Zoals de Britse krant The Guardian schreef:”Indien het grootste deel van de reserves aan petroleum, steenkool en aardgas niet kan verbrand worden, kunnen de elementaire bezittingen van de grootste energieondernemingen van de wereld ook toxisch worden zoals de netelige hypothecaire leningen die tot de financiële ineenstorting hebben geleid in 2008” (The Guardian, Duncan Clark, 15 juli 2011). We spreken dus meer en meer over het risico van een “financiële koolstofbel”.
Zullen zij 4/5e van hun bezittingen opofferen om een klimaatcatastrofe te vermijden? Het spreekt voor zich dat de Zes Zusters die de petroleumsector controleren hier hun oor niet te luisteren zullen leggen, en zeker niet de kapitalisten van de kolensector! De geplande investeringen door deze vampieren zijn daar het bewijs van. De reusachtige steenkoolmultinational Glencore heeft recentelijk de belangrijkste kapitaalsverhoging voor een multinationaal op de Londense beurs gerealiseerd. Wat Shell betreft, zij zal de vier volgende jaren 62 miljard Pond Sterling investeren om alzo in 2014 3,7 miljoen vaten per dag te produceren (een stijging met 12% in vergelijking met 2010). (The Guardian, Ben Caldecott, 12 juli 2011).
Het financieringskapitaal zit op dezelfde golflengte, wat het is hij die de enorme noodzakelijke geldmassa’s leent aan grote investeringen op lange termijn in vast kapitaal, die bijzonder zwaar zijn in de energiesector (raffinaderijen, energiecentrales, enz.).
“Dit illustreert tot op welk punt de wereldmarkten aan kapitaal losgekoppeld zijn van elke doelstelling om de klimaatsverandering tegen te gaan”, betreurt James Leaton op de site GreenBiz. “ Dit toont aan dat de benadering gebaseerd op het profijt op korte termijn (wat ze is) door de huidige financiële instrumenten de signalen niet erkent om op lange termijn een gecontroleerde actie te voeren om de klimaatsverandering te beperken”.
De kern van de crisis
Deze opmerking ligt niet ver van de waarheid af. Behalve dat “de benadering gebaseerd op de winst op korte termijn” niet specifiek is voor “de huidige financiële instrumenten”: dat is ze eenvoudigweg voor het kapitalisme. In feite toont deze zaak van de “koolstofbel” aan op welk punt de vraag van de ecologische limieten in het hart van de kapitalistische crisis is beland, en er toe bijdraagt er een systeemcrisis van te maken, die van de beschaving.
Ofwel roepen we dit misdadig systeem een halt toe door radikale maatregelen te nemen om de “koolstofbel” te doen springen zonder dat de sociale meerderheid de rekening van deze nieuwe jamboel te laten betalen – wat een dubbele nationalisatie vereist met onteigening van de energiesector en de kredietsector, ofwel stevenen we recht af op een opwarming van 4°C die honderden miljoenen slachtoffers zal maken -waaronder de armen uit de Derde Wereld. De koolstofbubbel of je leven?
De pyromanen verwelkomen het brandbeveiligingsplan van de eurozone
Verklaring van Attac Frankrijk over het nieuwe Europese ”reddingsplan”
De top van de eurozone, bijeen op 21 juli in Brussel, heeft een zoveelste nieuw “reddingsplan” opgesteld voor Griekenland. Behalve het op korte termijn vrijmaken van nieuwe leningen voor Griekenland, bevat dit plan een belangrijke vernieuwing: het Europees Stabiliteitsfonds (European Financial Stability Facility, EFSF) krijgt toestemming om op de secundaire markt (1) staatsobligaties van Griekenland, Ierland en Portugal te kopen. Om het klaar en duidelijk te zeggen: de staten, en dus de Europese belastingsbetalers, mogen de banken en de investeringsfondsen ontdoen van deze waardepapieren die als ‘rommel’ worden beschouwde, aangezien het er niet naar uitziet dat de betreffende landen hun schulden op de vervaldata zullen kunnen terugbetalen.
De Europese Centrale Bank, die totnogtoe de enige was die de banken van deze dubieuze kredieten kon ontlasten, eiste dat de Europese Unie ze zou overnemen, en ze kreeg haar zin. Er is dus een nieuwe etappe ingezet in de socialisatie van de verliezen die de Europese banken theoretisch gezien op zich hadden moeten nemen, aangezien zij het waren die lichtzinnig leningen hadden toegestaan aan landen met al te zware schulden. In tegenstelling tot die van 2008-2009 loopt deze socialisatie op de feiten vooruit, want nu ontlasten de staten de banken van verliezen zelfs al voor ze geleden werden: de banken hebben de lessen getrokken uit de financiële crisis!
Het is juist dat het Europees akkoord voorziet in een ‘vrijwillige bijdrage’ van de privébanken, in de vorm van een vernieuwing van de leningen, een herschikking (verlenging van de terugbetalingstermijn) of een consolidatie. Maar de speculanten weten waarover het gaat: dergelijk selectief en overeengekomen schuldverzuim zal de banken niet veel kosten, met als gevolg dat hun aandelen donderdag 21 juli spectaculair stegen in Parijs, Londen, Milaan en Frankfurt. Dat is de manier waarop de pyromanen het brandbeveiligingsplan van de eurozone verwelkomen.
Het akkoord betekent ook een zekere verlichting van de schuldenlast van de landen die door de financiële markten aangevallen worden, via een verlenging van de looptijd (tot minstens 15 jaar) en een vermindering met één punt (van 4,5% naar 3,5%) van de rentevoet die door het EFSF toegestaan werd aan Ierland, Portugal en Griekenland. Het betreft een ‘selectief schuldverzuim’ dat alleen aan de Europese belastingsbetalers iets zal kosten. De Europese leiders nemen dus akte van de mislukking van de harde lijn die erin bestond landen in moeilijkheden te bestraffen met draconische leenvoorwaarden. Griekenland in het bijzonder was aan het wegzinken in een crisis zonder uitweg, en men moest de shock-behandeling wel een beetje verlichten.
Toch herbevestigen de Europese staats- en regeringsleiders hun voornemen voor een onverkorte bezuinigingspolitiek: ze roepen het Europees parlement op het Europlus-pact snel goed te keuren en eisen expliciet de ‘terugkeer van de begrotingstekorten onder de 3% van het BBP vanaf 2013’. Dat impliceert een draconische beperking voor de staatsfinanciën overal in Europa, en speciaal in Frankrijk, waar het tekort nog steeds meer dan 6% bedraagt.
De top van de eurozone heeft dus de politieke keuze van de Europese leiders herbevestigd : de Europese belastingbetalers en volkeren moeten opdraaien voor de crisis via het EFSF en de extreme bezuinigingsplannen. Wij eisen daarentegen dat er een einde wordt gesteld aan het dictaat van de banken en de financiële markten. Een echte oplossing voor de eurocrisis vereist het stopzetten van de bezuinigingsplannen, een gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden, belastingshervormingen die een einde maken aan de cadeaus die sinds twintig jaar aan bedrijven en rijken uitgedeeld worden, de mogelijkheid voor de Europese Centrale Bank om direct te lenen aan de lidstaten en een strikte regulering van de financiële markten, die ook financieel moeten bijdragen.
Attac-Frankrijk stelt aan alle sociale krachten voor een voorbeeld te nemen aan de initiatieven van de “indignados” (2) om de democratie op de agenda te zetten. Wij willen samen beslissen over Europa, over ons leven. Attac stelt de oprichting voor van een burgercomité voor de doorlichting van de openbare schuld, om de oorsprong van die schuld ter discussie te stellen, om alternatieven voor de bezuinigingspolitiek uit te werken, om na te gaan wie moet betalen voor deze schulden en in welke mate het legitieme schulden betreft. Wij weigeren het afwentelen van de schulden van banken en investeringsfondsen op de samenleving; het zijn hun aandeelhouders die volledig op moeten draaien voor de noodzakelijke herstructurering en kwijtschelding van de openbare schuld in Europa.
Attac Frankrijk, Parijs, 22 juli 2011
(1) Secundaire markt, waarop privébanken obligaties (staatschuldpapieren) verkopen. De privébanken lenen goedkoop van de Europese Centrale Bank (ECB), kopen daarmee obligaties waar staten hoge rentes voor betalen, en … verkopen de risicopapieren aan het EFSF. [Noot van de vertaler]
(2) ‘indignados’ (‘beweging van de 15e mei’): massale protestbeweging ontstaan in Spanje, voor meer democratie en tegen de bezuinigingspolitiek. [Noot van de vertaler]
Europees economisch bestuur: Waar zit de linkerzijde in het Europees parlement?
“Nog één zo’n overwinning en ik ben verloren”, zou de Griekse veldheer Pyrrus gezegd hebben toen hij een veldslag tegen de Romeinen weliswaar won, maar ten koste van het gros van zijn troepen. Sindsdien spreken we van een pyrrusoverwinning: een overwinning die in feite een nederlaag is. Voor het omgekeerde verschijnsel is mij geen uitdrukking bekend, maar daar zal misschien verandering in komen. De lamentabele mislukking van de Europese Muntunie dreigt steeds meer uit te draaien op een formidabele overwinning van haar neoliberale protagonisten op de syndicale beweging en de arbeidersklasse in het algemeen. Het euro-debacle wordt op termijn een zege voor het kapitaal. Wat niet kon onder klaar daglicht, lijkt nu te lukken achter de stofwolken die opstijgen uit de ruïnes van banken, beurzen en nationale economieën: het sociaal-economisch beleid in heel Europa onder de curatele plaatsen van ‘experten’, het beetje resterende democratie vervangen door een dictatuur van een onverkozen neoliberale bureaucratie met verregaande bevoegdheden.
Troepen, veldslag, overwinning, nederlaag… het lijkt wel oorlogsterminologie, en dat is niet helemaal onterecht. Rechts Europa heeft de oorlog verklaard aan de gewone arbeider, bediende, ambtenaar, werkloze, gepensioneerde: zij moeten het gelag betalen van het neoliberale bacchanaal van de voorbije jaren. In Griekenland, Ierland, Portugal of Spanje weet de bevolking maar al te best wat deze rechtse oorlogsverklaring betekent: hun regeringen zijn er volop mee bezig, en bij de bevolking zelf is het – zeker in Griekenland en Spanje – tot massaal verzet gekomen. Maar in de rest van Europa is Commissievoorzitter Barroso’s uitdrukking ‘stille revolutie’ meer van toepassing dan die van ‘oorlog’: rechts Europa verovert de ene positie na de andere, maar gecamoufleerd achter termen als ‘reddingsoperatie’, ‘gezondmaking’, ‘Europese solidariteit’. Als Europese politiek in het algemeen al een weinig transparante aangelegenheid is, is deze stille revolutie zich zo goed als onzichtbaar aan het voltrekken. In die omstandigheden zijn ook de politieke verantwoordelijkheden grotendeels aan het oog onttrokken. Daarover willen we het hier verder hebben; maar het is nuttig eerst nog eens te overlopen wat er in de Europese Muntunie fout ging, en wat die ‘silent revolution’ eigenlijk inhoudt.
Een muntunie zonder ‘economisch bestuur’ ?
De term ‘economisch bestuur’ (‘economic governance’) heeft een onduidelijke omschrijving, maar betekent in de Europese context het geheel van maatregelen op het vlak van de economische coördinatie tussen de lidstaten. Dergelijke coördinatie moest er komen met het oog op de invoering van een gemeenschappelijke munt. Gewoonlijk is een munt verbonden met een staat, die een bepaalde muntpolitiek voert, om zo de nationale economie te sturen. Zo bepaalt de intrestvoet van de nationale bank of geld lenen aangemoedigd dan wel afgeremd wordt; via de wisselkoers kan invloed uitgeoefend worden op in- en uitvoer. In een muntunie kan er maar één rentevoet, één wisselkoers, één monetaire politiek gehanteerd worden voor verschillende nationale economieën, met uiteenlopende karakteristieken en conjuncturen.
Nu is ook een nationale economie niet homogeen; er zijn altijd regio’s met sterkere economische ontwikkeling dan andere, en “transfers” via de overheid zijn de regel. Een sprekend voorbeeld is Duitsland. Door de hereniging 20 jaar geleden, kwam er de facto een muntunie tot stand tussen Oost en West, twee regio’s met zéér uiteenlopende karakteristieken. Deze “muntunie” was niet mogelijk zonder “transferunie”, en inderdaad, jaarlijks vloeien ca. 100 miljard euro van West naar Oost (en toch blijven de loonverschillen aanzienlijk).
Honderd miljard euro: dat is bijna het hele budget van de Europese Unie (126 miljard in 2011). Dat op zich wijst er al op dat de Europese Muntunie een problematische constructie is: zowel de wil als het budget ontbreekt om te doen wat in elke muntunie gebeurt. Op dit aangeboren gebrek van de Europese Muntunie (EMU) hebben heel wat economisten van meet af aan gewezen, en zeker niet alleen vanuit linkse hoek. Zo voorspelde de Leuvense liberale professor Paul De Grauwe sinds jaren de onleefbaarheid van de EMU. Toch dachten de voortrekkers van de Europese marktintegratie de monetaire kwadratuur van de cirkel gerealiseerd te hebben. Geen transfers, geen onderlinge steun tussen de lidstaten (verboden volgens artikel 125 van het Verdrag van Lissabon), zelfs geen andere rol voor de Europese Centrale Bank dan het waken over de (door speculanten en financiers zo gehate) inflatie; als er onevenwichten zijn, dan zullen die zich door de vrije en onvervalste concurrentie tussen de nationale economieën uitvlakken. En om regeringen niet in de verleiding te laten komen schulden te maken met een munt die van iedereen is, werd in 1997 het Stabiliteits- en Groeipact gesloten: begrotingstekorten moeten onder de 3 % van het Bruto Binnenlands Product (BBP) blijven, overheidsschulden onder de 60%. Ziedaar het recept voor een muntunie van de eenentwintigste eeuw!
Het ging met deze muntunie zoals met een paraplu met gaten: geen probleem zolang het niet regent. Maar in 2007 begon het in de Verenigde Staten heel sterk te regenen, de rommelhypotheken en giftige bankproducten vielen uit de hemel, sleurden mastodonten als Lehman Brothers en General Motors mee. Aanvankelijk sloegen de euro-architecten zich op de borst (Guy Verhofstadt, voorzitter van de Europese liberalen in 2009: Wat zouden wij de voorbije maanden geweest zijn zonder de euro? Zonder de euro zouden zonder enige twijfel een heel aantal lidstaten in moeilijkheden gekomen zijn…) maar ook in Europa bleek het financiële systeem vergiftigd te zijn door de neoliberale recepten. Het bleef niet bij de banken: lidstaten zelf werden ontwricht, enerzijds door de pogingen “hun” banken te redden, anderzijds door de fragiliteit van een systeem waar overheidsinkomsten (belastingen) jarenlang geminimaliseerd werden om de privéwinsten te maximaliseren. Zo belandde Ierland, het wonderproduct van het Europees neoliberalisme, bijna van de ene dag op de andere in het slijk. Ierland, Griekenland, Portugal, (Spanje, Italië, België … ?) de ene domino wankelt na de andere, de ene bevolking na de andere bekoopt de hybris van zijn elites met toekomstvooruitzichten in mineur.
Dus toch maar een economisch bestuur…
Zelfs voor deze elites werd het duidelijk dat het zo niet verder kon met de EMU. Plots had iedereen het altijd al gezegd: een monetaire politiek kan niet zonder economische politiek, een muntunie niet zonder economisch bestuur. Op 10 maart 2010 roepen de leiders van de drie grootste politieke fracties in het Europees parlement, Guy Verhofstadt voor de liberalen, Joseph Daul voor de Europese Volkspartij (EVP, vooral christen-democraten) en Martin Schulz voor de sociaal-democraten, zelfs samen de Europese Commissie op om een sterkere economic governance in te stellen, inclusief met sancties.
En zo geschiedde. Europees ‘president’ Herman Van Rompuy kreeg de opdracht om met een werkgroep (‘taskforce’, vooral ministers van financiën) voorstellen uit te werken, voortgaand op wat de Europese Commissie reeds had geopperd. Tegen het najaar 2010 lagen drie voorstellen op tafel:
- De verstrenging van het Stabiliteits- en Groeipact;
- De instelling van een ‘Europees Semester’, waarbij de lidstaten jaarlijks hun begrotingsvoorstellen eerst moeten laten goedkeuren door de Commissie alvorens de nationale parlementen er zich over buigen; ze moeten ook ieder jaar in april een ‘nationaal hervormingsplan’ indienen dat rekening houdt met aanbevelingen die de Commissie in januari formuleert (de zgn. Jaarlijkse Groeianalyse). Dit Europees Semester werd door de ministerraad in september 2010 goedgekeurd, en is reeds in voege.
- de invoering van een macro-economisch toezicht op de nationale economieën, om ‘onevenwichten’ preventief op te sporen en lidstaten eventueel te verplichten – op straffe van zware financiële sancties – hervormingen door te voeren. Onder onevenwicht moet men alles verstaan wat het concurrentievermogen kan hinderen; de loonvorming speelt hierbij een eersterangsrol (collectief loonoverleg, indexering, ambtenarenwedden…)
Zoals altijd het geval is met Europese reglementeringen, is ook hier onduidelijkheid troef; de verschillende initiatieven doorkruisen elkaar, de ene keer beslist de Raad, een andere keer Raad en Parlement, het macro-economisch toezicht zal blijkbaar uitgeoefend worden zowel door de administratie van de Europese Commissie (directoraat-generaal economie en financiën) als door een pas opgerichte (en door de Europese Centrale Bank gedomineerde) ‘European Systemic Risk Board’. Bovendien werd onder Frans-Duitse druk in maart van dit jaar onder 23 van de 27 lidstaten een ‘Pact voor de Euro’ gesloten dat in feite een copie is van de reeds opgesomde initiatieven (en waarschijnlijk meer voor binnenlands gebruik bedoeld was ten behoeve van de met populariteitsproblemen kampende Angela Merkel en Nicolas Sarkozy).
Om al deze plannen kracht bij te zetten, werden een aantal bepalingen in wetteksten (verordeningen) gegoten. Het gaat over een pakket van zes teksten, daarom soms ‘sixpack’ (1) genoemd. Vier ervan vereisen de goedkeuring van de Raad van ministers en van het Europees Parlement (‘medebeslissingsprocedure’), bij twee andere wordt het parlement alleen geraadpleegd. Het is rond de goedkeuring van dit sixpack dat de voorbije weken wat zenuwachtigheid ontstaan is in de Europese cenakels. Op 23 juni keurde het parlement het pakket weliswaar goed, maar zonder voorafgaand akkoord met de Raad over de precieze amendementen. Ook tegen de volgende zitting van het parlement begin juli was er nog geen algeheel akkoord tussen Raad en parlement; het wordt nu waarschijnlijk september (2). Men moet echter niet de illusie hebben dat het zou gaan om een fundamenteel meningsverschil tussen parlement en Raad, en men moet nog minder denken dat het parlement de tirannieke wetten probeert tegen te houden, integendeel. De parlementaire amendering strekt ertoe dat de rol van de Europese Commissie (EC) nog versterkt wordt, dat er méér en zwaardere sancties zijn en dat ze quasi automatisch worden toegepast (behalve als een gekwalificeerde meerderheid van de Raad er zich tegen verzet, de zogezegde ‘omgekeerde gekwalificeerde meerderheid’).
Beter een rechts dan helemaal geen economisch bestuur?
Uit wat voorafgaat zal voldoende duidelijk zijn dat de EU via een permanente soberheidspolitiek de bevolking wil doen opdraaien voor de mislukte casino-experimenten van haar elites. Maar is er momenteel een alternatief? Het beleid in alle lidstaten zelf is neoliberaal, rechts heeft de meerderheid in de Europese instellingen, een linkse strategie maakt momenteel toch geen kans ? En de zaken op hun beloop laten, banken en staten bankroet laten gaan is toch ook geen keuze, daar zouden opnieuw de bevolkingen het zwaarst onder lijden, want de elites redden toch steeds hun hachje? Is een rechts economisch bestuur in die omstandigheden niet het geringere kwaad?
Als ik dat ontken, zal men me misschien van vooringenomenheid verdenken. Ik laat daarom liever de liberale professor economie Paul De Grauwe aan het woord. In De Morgen van 12 februari 2011 becommentarieert hij het Competitiviteitspact (de eerste versie van wat het Pact voor de euro zou worden) als volgt:
(…) Ten tweede heeft de inhoud van het pact nauwelijks iets te maken met de problemen van de eurozone. Neem het voorstel om de pensioenleeftijd op te trekken naar 67 jaar. Ik ben voorstander van zo ’n maatregel, maar die staat los van de eurozone. Kortom: hadden we tien jaar geleden de pensioenleeftijd opgetrokken tot 67 jaar, dan nog zouden we de eurocrisis gekend hebben. Die crisis barstte los omdat in een aantal landen de zeepbel op de vastgoedmarkt en een boom in de consumptie massaal werden gefinancierd door de banken, waaronder veel Franse, Duitse en Noord-Europese financiële instellingen. Nationale overheden in de eurozone keken toe en keurden dat allemaal goed. Dat de Ieren, de Spanjaarden en de Duitsers tien jaar geleden op hun 67ste met pensioen waren gegaan, zou daar geen jota aan veranderd hebben.
Hetzelfde met de loonindexering. Je kunt daar voor of tegen zijn, maar dat er loonindexering is in België kan moeilijk als een van de oorzaken van de eurocrisis worden bestempeld. Het is dan ook lachwekkend om te betogendat de afschaffing van de loonindexering kan bijdragen tot de stabiliteit in de eurozone.
Het pact deugt dus niet, omdat de methode fout is, en omdat de inhoud ervan niks zal veranderen aan de problemen van de eurozone.
Zo hoort men het ook eens van een ander. Voor wie weinig vertrouwen stelt in het oordeel van een liberale prof, kan ook nog verwezen worden naar het oordeel van de financiële markten zelf. Die volgen elk Europees initiatief op de voet, ze kennen elk detail van een nationale soberheidspolitiek in detail. Maar ze zijn niet onder de indruk: niettegenstaande een draconisch soberheidsbeleid werd aan de Portugese schuld op 5 juli en aan de Ierse op 11 juli de junk-status toegekend. De haaien van de financiën weten maar al te best dat het schuldprobleem niet ligt bij de lidstaten, maar bij de EU zelf. We kunnen er ook nog op wijzen dat bij het uitbreken van de crisis, Spanje en Ierland van de weinigen waren die het Stabiliteitspact gerespecteerd hadden. En wat te denken van een lidstaat die – op het ogenblik dat hij te kampen heeft met financieel-economische problemen – een boete van honderden miljoenen euro moet betalen aan de EU?
Het door de EU geplande economisch bestuur is dus niet alleen asociaal en onrechtvaardig, het is bovendien ondoelmatig en economisch stupide. Of de Europese leiders een beperkt inzicht in de realiteit hebben door hun neoliberale beheptheid, dan wel in een crisissituatie een lang gekoesterde droom van totale controle over de arbeidskracht proberen te realiseren, in beide gevallen moeten hun plannen verworpen en bestreden worden. Stelt zich dan de vraag: op welke politieke krachten kan de arbeidersbeweging hierbij rekenen ?
Rechts tegen Links?
Men zou redelijkerwijze kunnen verwachten dat het geplande Europees economisch bestuur door rechtse politieke fracties omarmd, door linkse verafschuwd wordt. Men kan daar ook enige aanwijzingen voor vinden. Zo lanceerden een aantal prominenten van Europese sociaal-democratische en groene partijen op 6 juni 2011 een petitie onder de titel ‘Change Europe’ . Daarin is er sprake van het economisch bestuur als “een invraagstelling zonder weerga van de fundamentele waarden en principes van ons gemeenschappelijk streven: solidariteit, sociale rechtvaardigheid, gelijkheid van kansen en duurzame ontwikkeling”. Onder de eerste ondertekenaars: Martin Schulz, fractieleider van de sociaal-democratische fractie in het EP, Daniel Cohn-Bendit (vice-voorzitter van de Europese Groenen), Poul Nyrup Rasmussen (voorzitter van de PES, de Europese socialistische partij), Jacques Delors (Franse socialist, gewezen voorzitter van de Europese Commissie), SPD-leider Gabriel, de Belgen Elio Di Rupo (PS), Caroline Gennez (sp.a), Wouter Van Besien (Groen!), Phillippe Lamberts (Ecolo)…
Dezelfde Poul Nyrup Rasmussen verklaarde op 24 februari in naam van de Europese socialisten dat ze these terrible reforms zouden verwerpen als ze niet dramatisch konden veranderd worden, en zelfverzekerd: “We will not put our name to reforms that undermine workers rights and will have catastrophic consequences for the economy. “
Toch zijn niet alle commentaren uit het rood-groene kamp even afwijzend. Marije Cornelissen, europarlementslid voor het Nederlandse Groenlinks, bestempelde eind 2010 de oproep van FNV-voorzitter Agnes Jongerius om het Europees economische bestuur tegen te houden als “schadelijk voor de werknemersbelangen”; als de Europese Commissie een stok in handen krijgt waarmee ze de lidstaten om de oren kan slaan, is die stok nu “precies waar ook Nederlandse werknemers belang bij hebben”.
Iets meer politieke duidelijkheid kwam er op 19 april 2011. Toen werd in de commissie economie en financiën van het Europees Parlement gestemd over de zes wetsvoorstellen (sixpack) zoals ze in deze commissie geamendeerd waren. (Een plenaire stemming in het parlement wordt steeds voorbereid in dergelijke commissies, waarin de verschillende fracties vertegenwoordigd zijn. Een fractie stemt bij de beslissende plenaire zitting bijna altijd volgens het advies van haar vertegenwoordigers in de commissie.) Hier bleek dat de sociaal-democraten drie van de zes ontwerpen goedkeurden en zich bij één onthielden (de vertegenwoordigers van de Franse PS stemden tegen vijf van de zes); de Groenen keurden er drie goed en drie af. De grote rechtse families (christendemocraten van EVP, liberalen van ALDE) keurden ze natuurlijk over de hele lijn goed. Alleen de vertegenwoordigers van Europees Unitair Links stemden over de hele lijn tegen.
Zeker, de voorstellen van de Europese Commissie werden op tal van punten geamendeerd, een aantal al te aanstootgevende voorstellen werd verworpen (zo het idee om de boetes die de weerbarstige lidstaten moeten betalen, te verdelen onder de voorbeeldige), er werd gepoogd wat meer logica aan te brengen door bv. ook te grote exportoverschotten als een teken van onevenwicht te duiden. Maar doorgaans strekte de amendering ertoe om nog meer macht te geven aan de Europese Commissie, en de sancties zo automatisch mogelijk te maken (cfr. de reeds vermelde ‘omgekeerde gekwalificeerde meerderheidsstemming’). Van een “dramatische verandering” zoals geëist door PES-voorzitter Rasmussen was absoluut geen sprake. In alle commentaren achteraf blijkt de grote frustratie van groenen en sociaal-democraten, niet dat budgettaire en sociaal-economische politiek grotendeels aan de parlementaire democratie wordt onttrokken en toegeschoven wordt naar een onverkozen bureaucratie, maar dat “een meerderheid van conservatieven en liberalen niet bereid was hen te steunen in het verdedigen van investeringen, groei en jobs”. Met andere woorden, als de Europese Commissie (zoals een jaar of vijftien geleden) een paar miljard voorzien had voor “trans-Europese netwerken” of iets gelijkaardigs, waren de reforms niet langer terrible…
Op 23 juni kwam dan de stemming in het parlement zelf, en zonder verrassing lag het stemresultaat in het verlengde van dat in de commissie op 19 april. Dat de verorderningen van het sixpack nog niet van toepassing zijn, komt – zoals reeds vermeld – alleen omdat de Ministerraad nog niet op alle punten meegaat met het parlement. Of zoals Groenlinks het uitdrukt: “het Europarlement wil een economisch bestuur met tanden”, en vreest dat de Raad een paar tanden wil uittrekken.
Wat is dan aanvaardbaar voor Groenen en sociaal-democraten?
De kans is groot dat deze “strijd” tussen Raad en parlement door veel (3) mensen verward wordt met een strijd tussen verschillende politieke projecten; als europarlementair ‘links’ dan nog eens uitpakt met de weigering van rechts om te investeren in jobs en groei, of beweert dat ze alleen die teksten goedkeurde die “dramatisch veranderd werden”, zullen eens te meer de politieke verantwoordelijkheden aan het oog van het publiek onttrokken blijven. Daarom analyseer ik in wat volgt één duidelijk geval: het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden. Dit is één van de zes teksten van het sixpack, en wel de tekst die op de sterkste goedkeuring kon rekenen (551 voor, waaronder alle groene en sociaal-democratische afgevaardigden, 88 tegen, 29 onthoudingen (4)). De rapporteur ervan in de commissie (die toch een zekere invloed kan uitoefenen op het verloop van de werkzaamheden) was bovendien de Portugese sociaal-democrate Elisa Ferreira. Het gaat hier dus blijkbaar om een tekst die “dramatisch veranderd” werd. Wat staat er dan zo allemaal in?
De tekst begint met het schetsen van het algemeen denkkader, nl. de neoliberale principes waarop de EU drijft en zoals ze opgenomen zijn in het Verdrag van Lissabon:
“De coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten binnen de Unie (…) impliceert de naleving van de volgende grondbeginselen: stabiele prijzen [de conceptuele horizon van de Europese Centrale Bank, HM], gezonde en houdbare overheidsfinanciën en monetaire condities en een houdbare betalingsbalans.”
Voorts moet er worden uitgegaan van de ‘EU-strategie voor groei en werkgelegenheid’ (referentie naar de grootsprakerige Lissabonstrategie, die van de EU tegen 2010 de “meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld” moest maken), van het reeds vermelde Europees Semester (keurslijf voor de begrotings- en arbeidsmarktpolitiek van de lidstaten) en van het Stabiliteits- en Groeipact. Het wordt al moeilijk binnen deze krijtlijnen een economisch bestuur op te zetten dat sociaal aanvaardbaar is.
Vervolgens gaat het over de instanties en de middelen voor het macro-economisch toezicht. Men laat er geen twijfel over bestaan dat het een toezicht-met-tanden moet zijn:
De Commissie moet in de procedure voor scherper toezicht een krachtiger rol spelen met betrekking tot beoordelingen van afzonderlijke lidstaten, monitoring, inspectiebezoeken, aanbevelingen en waarschuwingen.
Er is verder sprake van een ‘indicatief en transparant scorebord dat onder meer voorziet in indicatieve drempelwaarden’ etc. Onder dit technocratisch jargon kan echter een heel politiek programma verborgen zitten. Zo is uit tal van documenten duidelijk dat de ‘unit labor cost’ (loonkost per geproduceerd item) een eersterangsrol zal spelen in het ‘scorebord’; en loonkost wordt medebepaald door collectieve arbeidsovereenkomsten, indexeringsmechanismes enz. In feite speelt alles een rol in het concurrentievermogen: sociale zekerheidsbijdragen, pensioenregelingen, belastingen, werkloosheidsreglementeringen, arbeidsreglementen… Noteer dat de parameters voor het scorebord niet vastliggen, de Europese Commissie (EC) kan ze aanpassen zoals gewenst (alleen beperkt door de specificatie: “De keuze van de indicatoren en drempelwaarden draagt bij tot het bevorderen van het concurrentievermogen in de EU”, maar daar zal de EC wel geen probleem mee hebben.)
Het is zonder meer onthutsend dat het Europees Parlement, Groenen en sociaal-democraten incluis, de EC hierin absoluut vrij spel geeft: de Raad en het Parlement moeten alleen op de hoogte gesteld worden en aanmerkingen kunnen maken, bij wijzigingen moet de EC de redenen toelichten… Ook elders in dit wetsontwerp krijgt een onverkozen technocratie vrijbrieven om te handelen naar eigen goeddunken. Zo wordt een ‘macro-economische onevenwichtigheid’ gedefinieerd als een trend die een ongunstige invloed kan uitoefenen op de goede werking van de economie. Ik vermoed echter dat José Manuel Barroso of Neelie Kroes een andere opvatting hebben over de ‘goede werking van de economie’ dan de meeste werknemers of werklozen.
Nu zullen sociaal-democraten en Groenen opwerpen dat, door hun toedoen, een hele reeks sociale bekommernissen in de tekst opgenomen zijn. Om er enkele te noemen:
- de bevoegde commissie van het Europees Parlement kan een lidstaat die een ‘buitensporige onevenwichtigheid’ vertoont, uitnodigen voor een gesprek;
- Art. 8, lid 1: ”Het plan met corrigerende maatregelen moet rekening houden met de economische en sociale gevolgen van deze beleidmaatregelen”
- Sociale partners en andere belanghebbenden moeten bij de dialoog betrokken worden
- …
Men kan over het belang van dergelijke clausules nachtenlang debatteren, elk ziet erin wat hij wil. Er is echter één overweging die een eind maakt aan dergelijk debat. Sociaal-democraten en Groenen wezen indertijd bij hun verdediging van de Europese grondwet op een alles doordringende (‘horizontale’) sociale clausule, die elk verzet tegen de grondwet de mond moest snoeren: artikel III-117, dat stelde:
“Bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden houdt de Unie rekening met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid.”
Dit artikel is integraal overgenomen in het Verdrag van Lissabon (art. 9 VWEU), het is dus volop van toepassing, maar het belet op geen enkele wijze de antisociale EU-politiek. Men moet geen doctoraat in de rechten of de politicologie hebben om te weten dat “rekening houden met” geen erg dwingend karakter heeft. We zouden kunnen zeggen: een sociale clausule zonder tanden. Hetzelfde geldt voor allerlei amendementen die de ‘linkse’ parlementairen aanbrachten in het voorstel van de EC. Zo de “symmetrie” in de vaststelling van onevenwichtigheden. Daarmee wordt bedoeld dat bv. niet alleen tekorten op de lopende rekening (meer invoer dan uitvoer) maar ook grote overschotten (sterke export, zoals Duitsland) als bron of uiting van onevenwicht zouden beschouwd worden. Duitsland is natuurlijk tegen dergelijke bepaling, maar als je de bewoording leest hoeft Merkel zich niet veel zorgen te maken: “De beoordeling van lidstaten met grote tekorten op de lopende rekening kan verschillen van die van lidstaten die grote overschotten op de lopende rekening opbouwen.”
Conclusies
- Als we zien hoe verwerpelijk de ‘beste’ van de zes teksten over economisch bestuur is, kunnen we ons voorstellen hoe het met andere gesteld is die door sociaal-democraten en/of Groenen verworpen werden!
- De amenderingen hebben van deze ‘terrible reforms’ geen aanvaardbare wetten gemaakt, toch niet voor wie uit arbeid zijn inkomen moet halen.
- Alhoewel het neoliberaal economisch bestuur ook zonder de steun van sociaal-democraten en Groenen zou goedgekeurd geweest zijn (gezien de numerieke verhoudingen in het Europees Parlement), betekent hun instemming dat de arbeidersbeweging door geen enkele politieke kracht – op de kleine fractie van Europees Verenigd Links na – vertegenwoordigd wordt in de Europese instellingen. Dit zou het Europees Vakverbond ertoe moeten aanzetten zich te beraden over zijn strategie, die totnogtoe veel te veel rekende op lobbywerk naar de ‘linkse’ fracties toe. Het zou bv. ook de Belgische socialistische vakbond (ABVV) moeten ertoe brengen in verkiezingsperiodes niet langer bevoorrechte tribunes te bieden aan een partij die regelrecht tegen de werkersbelangen ingaat. Voor wat de christelijke vakbond (ACV) betreft is de politieke “verweesdheid” minstens even dramatisch.
- De sociaal-democratische en groene opstelling (5) rond het Europees economisch bestuur is een nieuwe uiting van hun programmatorische onmacht tegenover het neoliberalisme en de Europese invulling daarvan. Het kapitalisme davert op zijn grondvesten, de ondeugdelijkheid van de Europese vrije-marktrecepten wordt elke dag opnieuw bewezen, en toch zijn het de marktideologen van diverse pluimage die stappen vooruit zetten, niet de scociaal-democraten of groenen. Erger nog: in Spanje, Griekenland, Ierland en Portugal (tot in juni ll.) zijn het net sociaal-democraten die de sociale hakbijl hanteren.
We zijn begonnen in Griekenland, met Pyrrus; we eindigen in Spanje, met Don Quijote. Men doet meestal meewarig met deze legendarische strijder tegen een imaginaire vijand. Maar wat te denken van een zeer reële vijand, de neoliberale machtsgreep van de EU, waartegen blijkbaar alleen imaginaire strijders bestaan?
Noten:
(1) Over de grote stilte waarin dit sixpack geboren werd, in tegenstelling tot de ruchtbaarheid die het Europact ten deel viel, zie ‘Waarvoor Merkels Concurrentiepact toch nog goed was’.
(2) Zie ‘Hoe zit het nu met de economic governance?’
(3) ‘Veel’ moet hier zeer relatief geïnterpreteerd worden. Over deze verregaande Europese ingrepen werd in de media nauwelijks bericht; het gaat nu eenmaal om een ‘silent revolution’ …
(4) Het dient vermeld dat 12 van de 29 onthoudingen kwamen van de GUE, Europees Verenigd Links (de kleine europarlementaire fractie met o.a. de Nederlandse en Ierse SP, het Duitse Die Linke, de Portugese Bloco Esquerda, diverse communistische afgevaardigden o.a. uit Frankrijk, Tsjechië en Griekenland.)
(5) Misschien kunt u zelf een woordje uitleg vragen aan de betrokken sociaal-democratische en groene europarlementsleden die zoveel heil verwachten van het scorebord van de Europese Commissie? Hier volgen de e-mail adressen:
Nederland, PvdA: thijs.berman@europarl.europa.eu, emine.bozkurt@europarl.europa.eu, judith.merkies@europarl.europa.eu
Nederland, GroenLinks: marije.cornelissen@europarl.europa.eu, bas.eickhout@europarl.europa.eu, judith.sargentini@europarl.europa.eu
België, sp.a: said.elkhadraoui@europarl.europa.eu,kathleen.vanbrempt@europarl.europa.eu
België, PS: frederic.daerden@europarl.europa.eu, veronique.dekeyser@europarl.europa.eu, marc.tarabella@europarl.europa.eu
België, Groen! bart.staes@europarl.europa.eu
België, Ecolo: isabelle.durant@europarl.europa.eu, philippe.lamberts@europarl.europa.eu
Schoonmakers staken tegen casinopensioen
Zo’n 100 schoonmakers bij enkele overheidsbedrijven legden maandag 18 juli het werk voor 24 uur neer uit protest tegen het pensioenplan van regering, de werkgevers en de vakcentrales. Dat plan is onduidelijk, oneerlijk en onrechtvaardig. Het houdt werkgevers uit de wind als het tegenzit en het neemt onverantwoorde risico’s met pensioengeld.
De schoonmakers eisen dat dit onzalige casinopensioen van tafel wordt geveegd. Om te laten zien dat het menens is, lossen ze een waarschuwingsschot.
Waarschuwingsschot
“Dit is een waarschuwingsschot, maar neem van mij aan dat duizenden van onze collega’s bereid zijn in verweer te komen tegen dit slechte plan.” aldus treinschoonmaker Tim Edwards uit Maastricht. UWV-schoonmaker Nicolle Bosma uit Heerlen: “Gokken doe je in het casino, níet met ons pensioen en dat van onze kinderen! Wie dat bedenkt, maakt ons woest.“
De Groningse schoonmaker Bert Kuiper vult aan: “De financiële crisis ontstond door veel te grote financiële risico’s van de hoge heren, dan is gokken met onze pensioenen toch wel het allerslechtste wat je kunt bedenken!”
De stakende schoonmakers bouwen daarom een mini-casino op voor het station in Maastricht en ze brengen werkgeversorganisatie VNO-NCW in Groningen ’de opgegraven strijdbijl’.
Bron: FNV Bondgenoten.
http://www.fnvbondgenoten.nl/nieuws/nieuwsarchief/2011/juli/389505_waarschuwingsschot_24uursstaking_schoonmakers_150711/
Mondialisering schaadt syndicale vrijheden
Met de mondialisering wordt de repressie tegen syndicalisten steeds maar erger. Dat blijkt uit het jongste jaarrapport van de Internationale Vakvereniging die in 151 landen afdelingen heeft. Die mondialisering leidt tot verscherpte uitbuiting, wat op zijn beurt leidt tot onderdrukking van vakbondswerk tegen die uitbuiting. Vorig jaar werden in de wereld voor zover bekend bijna 90 syndicalisten vermoord, duizenden werden gewond en/of gevangen gezet. Van die 90 waren er wel 49 alleen al in Colombia.
De moorddadige repressie ligt zeer hoog in Latijns Amerika: Colombia 49, Guatemala 10, Panama 6, Honduras 3. Verder Turkije 7, Zuid-Korea 6, Bangladesh 6, de Filippijnen 3. Daarnaast bijna evenveel mislukte moordaanslagen en doodsbedreigingen, meer dan 2500 arrestaties en vele duizenden ontslagen omwille van vakbondswerk.
Het jaarrapport maakt melding van het feit dat veel politieke leiders en ondernemers na de crisis van 2008 opgelucht vaststelden dat er gelukkig vakbonden waren om in crisistijden tot een dialoog te komen en zo sociale explosies te vermijden. Toch is het antisyndicalisme wereldwijd toegenomen. “De crisis is niet voorbij, overal worden besparingsmaatregelen genomen, onder meer in Europa, en die maatregelen zijn niet tijdelijk. De sociale stelsels staan onder druk en er is een algemene tendens om de arbeidswetgeving af te zwakken”, stelt het IVV vast.
België
Het sociaal verzet neemt toe, waardoor elke vakbondsactiviteit iets vijandigs wordt. Moorden zijn slechts het topje van de ijsberg, er is een ganse reeks van middelen om vakbondsmensen te intimideren. Naast landen uit Latijns Amerika, Afrika en Azië vermeldt het rapport daarbij ook België! In België wordt het stakingsrecht uitgehold met wetgeving en rechtspraak die het ondernemers makkelijk maakt stakingspiketten te doen opbreken. Het feit dat patroons vakbondsmensen kunnen ontslaan en alleen maar kunnen verplicht worden een premie te betalen zonder de verplichting betrokkenen weer aan te nemen, is een ernstige aantasting van syndicale vrijheid.
De repressie is hard in enkele landen van Latijns Amerika, Afrika en Azië, vooral daar waar de uitbuiting extreme vormen aanneemt. In talrijke landen is vakbondwerk verboden of worden alleen vakbonden toegelaten die een verlengstuk zijn van het regime – zoals China, Vietnam, Zimbabwe… In één enkel land is vakbondswerk hoe dan ook volkomen illegaal: Saoedi-Arabië. In Azië zijn enkele landen, waaronder Vietnam, Cambodja, Bangladesh…, met elkaar in concurrentie om buitenlandse kapitalisten aan te trekken. Het staat altijd goed om naast lage lonen ook een minimum aan syndicale rechten te kunnen aanbieden.
Maar in de oude kapitalistische wereld is de antisyndicale sfeer ook troef. In de VS geven patroons fortuinen uit om vakbondswerk gewoon onmogelijk te maken, terwijl de wetgeving grote beperkingen blijft opleggen aan al wie in overheidsdiensten werkt. Elders in Europa is het ook somber. In talrijke landen, waaronder Frankrijk en België, worden syndicalisten vaak gepest met slechte uurroosters, mutaties, geen promotiemogelijkheden enz.
Het IVV heeft nogal wat aandacht voor Georgië. Na de “rozenrevolutie” is het daar op syndicaal vlak allesbehalve verbeterd, ook al stelde het Westen Saakasjvili als een grote democraat voor. De Georgische syndicalisten weten beter.
Vakbondsmensen worden bedreigd en ontslagen, de overheid tracht vakbonden onder controle te krijgen, zelfs vakbondsbeperkende wetten worden nog te laks bevonden en met de voeten getreden.
Algemeen offensief
Het offensief van overheden en patroons tegen de syndicale rechten en vrijheden is algemeen, aldus het rapport. De mondialisering leidt tot verscherpte concurrentie, overal trachten patroons het onderste uit de kan te halen, naargelang de omstandigheden. Grote internationale bedrijven respecteren soms syndicale rechten in één land, treden ze met de voeten in een ander.
Het rapport geeft het voorbeeld van Deutsche Telekom dat in Duitsland de syndicale geplogenheden naleeft, maar in de VS met alle mogelijke middelen, waaronder ook veel geld, tracht te beletten dat er in zijn bedrijven een vakbondswerking komt.
Onderdrukking van normaal vakbondswerk kan op zichzelf echter geen sociale explosies beletten. Integendeel, want vakbonden kanaliseren vaak het sociale ongenoegen. De revoltes in Egypte en Tunesië waren niet alleen het werk van gefrustreerde gediplomeerden, de stakingen in de industrie en mijnen gaven de doorslag voor het succes. Die sociale explosies kwamen er echter grotendeels buiten de vakbonden. De vakbonden zien nu ook uitbarstingen van verontwaardiging in Spanje en elders waar ze niet of nauwelijks aan te pas komen. Om de simpele reden dat ze zal the weinig tolk zijn van die stomende verontwaardiging.
Dit artikel verscheen eerder op Uitpers, webzine voor internationale politiek
Peking beducht voor groeiende onvrede
De Chinese overheid treedt weer harder op tegen elke vorm van politieke dissidentie; ze tracht ook haar greep te verstevigen op de justitie. Ze is niet zozeer beducht voor de politieke dissidentie zelf, ze heeft vooral schrik van wat ze zelf “massa-incidenten” noemt. De jongste tijd kijkt ze inderdaad aan tegen een golf van woede-uitbarstingen, uitingen van groeiende spanningen in de Chinese samenleving. Peking kijkt met bange gevoelens naar de revoltes in de Arabische wereld waar de “Internetgeneratie” de lont aanstak. Vandaar de censuur op de berichtgeving over die revoltes: na de val van de Tunesische heerser Ben Ali verdween het woord “jasmijn” uit de zoeksites.
Het economisch liberalisme heeft de Chinese samenleving uiteraard grondig hertekend. Een van de ingrijpendste gevolgen is de enorme ongelijkheid, met aan de ene kant een groot lumpenproletariaat in de industriezones, de ca 250 miljoen die van het platteland naar de steden en industriezones trokken en er vaak in miserabele toestanden terechtkwamen. Aan de andere kant het groeiend aantal euromiljonairs van wie velen door speculatie en actieve corruptie rijk werden. Actieve corruptie die alleen kan omdat ze zoveel mensen in staats- en partijapparaat, bij de politie en justitie vinden die zich maar al te graag laten omkopen.
Uitgebuit
Veel van de zogenaamde “massa-incidenten” zijn revoltes van “lumpen” die in zeer precaire omstandigheden moeten leven en werken, zwaar uitgebuit worden en zeer weinig rechten hebben, ook al beloofde de Communistische Partij inspanningen om hun lot te verbeteren. Vorig jaar kwamen de stakingen bij Honda, in de zuidelijke kustprovincie Guangdong, diets maken hoe het er in veel bedrijven aan toe gaat. (Zie Uitpers nr. 122, juli-augustus 2010: Klassenstrijd laait op…in China).
Dit jaar kwam het in die provincie al enkele keren tot zware incidenten. In een geval kwamen woedende arbeiders op straat nadat de politie een zwangere straatverkoopster zwaar had toegetakeld. In een ander geval kwamen duizenden arbeiders op straat nadat de politie een arbeider had afgeranseld die gewoon achterstallig loon opeiste. In de provincie Hubei was er een grote manifestatie na de dood van een gemeenteraadslid bij een ondervraging in een politiebureau. De man had geprotesteerd tegen onwettige onteigeningen ten voordele van speculanten.
Dit zijn slechts enkele van de tienduizenden “massa-incidenten” die jaarlijks in China plaats hebben. Peking beseft dat de precaire situatie van honderden miljoenen in de steden en industriezones geconcentreerde mensen een tijdbom is. Ze tracht te zalven, vooral met woorden, maar tegelijk slaat ze, vaak hard.
Want dit is een regelrecht gevaar voor het hoogste goed, de “stabiliteit”. Om over die stabiliteit te waken heeft de partij een speciaal comité dat in het ganse land vertakkingen heeft en de centrale richtlijnen volgt – met af en toe een ontsporing.
Frustraties
Tienduizenden incidenten vormen op zichzelf nog geen gevaar voor de stabiliteit, zolang het om lokale incidenten blijft gaan. Maar het wordt steeds moeilijker te beletten dat het nieuws over de “incidenten” zich verspreidt. Dat is dan vooral het terrein van die andere bron van “instabiliteit”, de vele miljoenen hoogopgeleide Chinezen – elk jaar komen er vijf miljoen afgestudeerden hoger onderwijs bij.
Ze groeiden op in een sfeer van “rijk worden is geen schande” (een uitspraak van wijlen Deng Xiaoping die de economische liberalisering inleidde) en van hooggespannen verwachtingen. Voor heel veel onder hen komen die verwachtingen niet uit. Zij zien hoe speculanten wel zeer rijk worden, hoe corruptie en nepotisme ondanks alle beloften welig blijven tieren. De frustraties van die talrijke groep bedreigen eveneens de “stabiliteit”, zij beheersen de communicatiemogelijkheden en zijn dus eventueel in staat om een eenheid te brengen in al die talrijke maar geïsoleerde incidenten.
Waakzaam
Vandaar de grote waakzaamheid van partij en regering. Het speciaal comité voor handhaving van de stabiliteit werd in het leven geroepen nadat de groep Falun Gong in 1999 de Chinese top de stuipen op het lijf had gejaagd. Die groep was er toen in geslaagd op een ochtend rond tienduizend mensen uit het ganse land bijeen te brengen voor de poort van Zongnanhai, het complex met de residenties van de Chinese leiders. Het feit dat een zogoed als clandestiene beweging zomaar duizenden mensen naar Peking had kunnen brengen zonder dat ook maar een enkele overheidsinstantie daar van wist, zorgde voor paniek en voor een scherpe repressie.
Die angst blijft levendig. Zeker nu in enkele Arabische landen blijkt wat de invloed is van die categorie, hoe Internetters de lont kunnen doen ontvlammen. In 1989 deden studenten en arbeiders dat al met hun ‘dazibao’, muurkranten. Studenten, arbeiders en andere categorieën kwamen toen samen massaal op straat tegen nepotisme, corruptie, groeiende ongelijkheid. Dat is allemaal intussen nog erger geworden, zeker de ongelijkheden.
De hedendaagse communicatiemogelijkheden doen de leiders in Peking het ergste vrezen. Vandaar de censuur op de berichtgeving uit de Arabische wereld en het harder optreden tegen dissidente stemmen. Ook bewegingen die zich een zekere autonomie hadden verworven, zoals de ‘onafhankelijke advocaten’, staan onder verhoogde druk.
Kanaliseren
Dat heeft ook wel te maken met de nakende aflossing aan de top van staat en partij. Zoals in het verleden al eerder gebeurde, zijn er bureaucraten die hopen hun positie te versterken door een beperkte politieke liberalisering te bepleiten. Nu de spanningen in de samenleving oplopen, de stijgende inflatie dreigt dat nog te versterken, zoeken sommige leiders die onvrede vanuit het apparaat te kunnen kanaliseren.
Maar intussen evolueert de samenleving verder. Met stedelijke werkende massa’s die het moeilijk hebben de eindjes aan elkaar te knopen terwijl ze zien hoe anderen zich onwettig maar ongestraft verrijken. Met een toenemend aantal hoger gediplomeerden die als “kleine keizers en keizerinnen” (de generatie van één-kind-per-gezin) hoge verwachtingen koesterden, maar die niet zien uitkomen. Ze zijn er getuige van hoe overheden zelfs toestaan dat de volksgezondheid zwaar wordt geschaad en hoe elke kritiek daarop de mond wordt gesnoerd. Het aantal “massa-incidenten” zal nog groeien, Peking zal steeds “waakzamer” moeten zijn om te verhinderen dat dit ooit, zoals onder meer in 1989, tot samengebald protest leidt.
Dit artikel verscheen eerder op Uitpers, webzine voor internationale politiek
Guatemala: mensenrechten verdedigers dienen aanklacht in bij de speciale rapporteur inzake foltering van de VN tegen presidentskandidaat generaal Otto Perez Molina
Op 6 juli jl. presenteerden drie mensenrechtenactivisten een formeel rapport aan Professor Juan Méndez, de speciale rapporteur van de VN inzake foltering. In het rapport wordt de directe betrokkenheid beschreven van Generaal Otto Pérez Molina bij het systematisch gebruik van marteling en uitroeingsmechanismen gedurende het gewapende conflict in Guatemala (1963-1996).
Meer specifiek bevond Molina zich als legerverantwoordelijke in de Ixil-streek tijdens de gewelddadige uitroeingscampagne van Indiaanse gemeenschappen onder het bewind van Rios Montt ( 1982-1983). Hij was ook direct verantwoordelijk voor de opsluiting, langdurige marteling en uiteindelijke verdwijning van de krijgsgevangene Efraín Bamaca Velasquez.
Betrokkenheid van Otto Perez Molina bij systematische marteling
Bij het rapport werd ook een video gevoegd uit 1982 waarop te zien is hoe Perez Molina – toen nog majoor- geïnterviewd wordt door de journalist Allan Nairn in de zestreek. Lijken van vier zwaar mishandelde gevangenen liggen op zeer korte afstand van hem op de grond. Ook al gebruikte Perez Molina op dat moment een andere naam, toch is hij duidelijk identificeerbaar via zijn stem en zijn gezichtskenmerken. Ook wordt hij zeer duidelijk herinnerd en herkend door de originele bewoners van de Ixil-streek. De video kan hier bekeken worden: http://www.youtube.com/verify_age?next_url=http%3A%2F%2Fwww.youtube.com%….

Volgens het rapport “Herinnering van de Stilte “ van de waarheidscommissie in Guatemala, die ondersteund werd door de VN, maakte het leger zich in die periode dagdagelijks schuldig aan marteling, genocide en terreur in deze streek. Tussen de 70 en 90 percent van de lokale bevolking werd uitgeroeid. De meerderheid van de dorpen werden van de kaart geveegd…
Perez Molina: presidentskandidaat
Dezelfde Perez Molina is momenteel presidentskandidaat voor de verkiezingen op 11 september 2011. Perez Molina die zich momenteel voordoet als “reformist” en “kandidaat van de vrede “, was ook de nationale directeur van de militaire inlichtingendienst D-2 toen op 12 maart 1982 Efraín Bamaca, een commandant van Maya-oorsprong van het gewapende verzet, levend gevangen werd genomen en meegenomen naar de militaire basis van Santa Ana Berlin. Volgens opgenomen getuigenissen werd er diezelfde dag een bijeenkomst op hoog militair niveau georganiseerd in dezelfde basis . De aanwezige officieren beslisten Barmaca aan een geheim programma van militaire intelligentie te onderwerpen, een programma eciaal ontworpen voor oorlogsgevangenen die van hoge waarde werden geschat door het leger. Dit programma bestond uit langdurige marteling met het doel om de gevangene psychologisch te breken en hem te dwingen samen te werken met de D2 .
Bamaca werd gedurende meer dan twee jaar zeer zwaar gemarteld , altijd binnen de installaties van de D-2, met orders vanuit de D-2 en dóór specialisten van de D-2. Hij werd getransporteerd over heel het land door de D-2 en minstens twee maal opgesloten door doodseskaders van de D-2 in de beruchte clandestiene militaire gevangenis “ het Eiland ”, die zich toen in de hoofdstad bevond.
Uit het rapport blijkt dat Pérez Molina de intellectuele auteur is van andere soortgelijke oorlogsmisdaden. Officiële documenten inzake het interne conflict in Guatemala die vrijgegeven werden door de VS bevestigen dat de D-2 op een systematische manier alle krijgsgevangenen martelden en hen nadien buitenrechterlijk executeerden of onder dwang met hen liet samenwerken. In 1993 rapporteerde de CIA weet te hebben van het bestaan van 300 van zulke gevangenen .
Internationale Actie en Tweede Conferentie tegen Straffeloosheid in Guatemala 21 en 22 juli
Mensenrechtenactivisten , organisaties , sociale en syndicale bewegingen in Guatemala, VS en Europa eisen een onderzoek naar het aandeel en de verantwoordelijkheid van Generaal Perez Molina in de in Guatemala begane oorlogsmisdaden .
Het rapport en de eis tot onderzoek werden naar voorgebracht door : Annie Bird, co- directrice Rights Action, Jennifer K. Harbury( weduwe van Barmaca ) , mensenrechtenadvocate , en Kelsey A. Jones, directrice van de mensenrchtencomissie voor Guatemala in de VS.
Zelf ben ik momenteel in Guatemala voor de jaarlijkse opvolgingsmissie van onze programma’s hier en ter voorbereiding van de tweede conferentie tegen de straffeloosheid die georganiseerd wordt door drie vakbondscentrales (CGTG, CUSG en UNISITRAGUA) en één boerenbeweging ( MTC), in coördinatie met CSI/ ITUC , CSA , ACV en WSM. Deze belangrijke conferentie gaat door op 21 en 22 juli in Guatemala City. Daar zal deze eis tot onderzoek zeker kracht bij gezet worden! Solidaire en strijdvaardige groeten vanuit Guatemala !
* Ellen Verryt is regioverantwoordelijke Latijnsamerika bij Wereldsolidariteit.
Pokerpensioen onnodig en ongewenst
FNV Vecht voor je recht Nieuwsbrief nr 80
Pokerpensioen onnodig en ongewenst
De FNV-leiding is al lang vergeten dat men in het referendum over het sociaal akkoord 2008 een demagogische oproep deed om vooral voor te stemmen. Want dan bleef de AOW op 65 jaar. Immers, er waren genoeg alternatieven om de beoogde 4.2 miljard te besparen en dat ging de FNV wel even regelen. Nee, stemmen zou het toenmalige kabinet Balkenende een vrijbrief geven en zou leiden tot verdieping van de crisis. Wij hebben destijds al uitgelegd welk een onzin dit was en de tijd heeft dit alleen maar verder onderstreept. Maar dat er alternatieven zijn is zeker. Het CPB heeft nog maar eens uitgerekend dat het groeiend aantal AOW-ers gelijke tred houdt met de hogere inkomstenbelasting over de aanvullende pensioenen. Steeds meer mensen hebben een aanvullend pensioen en steeds meer hebben een hoger aanvullend pensioen en daar wordt inkomstenbelasting over geheven. Er is geen probleem met de financiering van de vergrijzing, al probeert iedereen ons dat wel te doen geloven. Er is wel een ander probleem en dat is de financiering van de bankencrisis. Daarom moet nu de AOW-leeftijd omhoog en het fiscale kader voor de pensioenen moet worden versoberd. Het heeft ook niets met de schokbentendigheid van pensioenfondsen te maken. Medio 2008, vlak voor de bankencrisis, was het totale pensioenvermogen 830 miljard, op dit moment is dat meer dan 850 miljard. De pensioenfondsen hebben zonder overheidssteun de bankencrisis doorstaan en dat kunnen de banken niet zeggen.
Maar waarom moeten de gewone mensen bloeden voor een crisis die zij niet veroorzaakt hebben? Laat hen die de crisis hebben veroorzaakt en er het meest van geprofiteerd hebben maar betalen. Het aantal miljonairs is in 2010 met 10% gestegen.

FNV-leiding volledig verdwaald in de polder
In plaats van vast te houden aan de voor de hand liggende alternatieven is de FNVleiding het polderoverleg in gestapt met als gevolg dat zij samen met werkgevers is gaan meezoeken naar allerhande manieren om toch de AOW te verhogen. In verschillende notities van de aangesloten bonden leek in ieder geval over een paar dingen overeenstemming. Geen verhoging van de AOW zonder afdoende compensatie door middel van een verhoogde compensatie. Geen aantasting van het fiscale kader voor pensioenopbouw en alleen premiestabilisatie voor aanpassing van de leeftijdstabellen en een gedeelde verantwoordelijkheid voor alle andere calamiteiten. Als je dan ziet hoe de FNV-leiding daarmee is omgegaan is het een wonder dat ze nog niet de laan zijn uitgestuurd. De compensatie is in omvang en tijd beperkt en volledig ontoereikend om de verhoging van de AOW-leeftijd te compenseren. Minister Kamp geeft in zijn beantwoording op de Kamervragen aan links of rechts om 700 miljoen te willen bezuinigen op het fiscale kader. (Onvoldoende compensatie in de AOW-sfeer en beperking van het fiscale kader treft vooral de laagst betaalden, werknemers in zware beroepen en de jongeren. Zij zullen dadelijk in toenemende mate via het traject, WW en bijstand uiteindelijk aan hun pensioen geraken.) In de tekst van het uitwerkingsmemorandum staat dat de premiestabilisatie geldt voor alle toekomstige risico’s. Met de aantekening dat hier in de CAO van mag worden afgeweken. Met andere woorden: de FNV-leiding geeft het weg en als het misgaat wijst men met de beschuldigende vinger naar de betreffende bond, want dan had die het maar moeten regelen.
Ook het behoud van de huidige levensloopmogelijkheden is door het kabinet doorgeschoven zonder dat de FNV-onderhandelaars daar een punt van gemaakt hebben.Terwijl men weet dat dit kabinet de mogelijkheid om levensloop op te nemen voorafgaand aan pensionering wil stoppen. Dit is ooit (Museumpleinakkoord 2005) afgesproken om vooral zware beroepen te ruimte te geven zelf te kunnen sparen om tijdig te kunnen stoppen met werken. Laatste nieuws is dat werkgevers korting krijgen op werknemers boven de 62 jaar en dat wij dat gaan betalen met het stoppen van de levensloopregeling, en de FNV-leiding slaapt rustig verder. Ja met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

Oppositie binnen de FNV
Gelukkig is er binnen FNV Bondgenoten en de ABVAKABO FNV verzet tegen het pensioengedrocht dat het Federatiebestuur gebrouwen heeft en FNV Bouw heeft twijfels. Daar waar Agnes Jongerius de hulp van werkgeversvoorman Wientjes inroept om haar geloofwaardigheid overeind te houden, geven allerlei pensioendeskundigen en rekenbureaus de oppositie binnen de FNV gelijk. Werknemers dragen alle risico’s, jongeren zijn in het nu voorliggende akkoord onevenredig de klos, de AOW-compensatie is onvoldoende etc. etc. De FNV wilde graag een FNV-breed referendum waarbij het federatiebestuur de inhoud van de brief aan de leden zou schrijven. Ongetwijfeld weer één waarin hel en verdoemenis gepreekt wordt als je het in je hoofd haalt om tegen te stemmen. FNV Bondgenoten heeft deze opzet geblokkeerd, zij houden hun eigen referendum en gaan hun leden uitleggen waarom er juist tegen gestemd moet worden. Nu laat men binnen de FNV iedere bond vrij in haar eigen methode van raadpleging.
Politiek ook sceptisch over pensioendeal
Ook in de commentaren van politieke partijen klinkt door dat men grote twijfels heeft. Op de website van de PvdA verschijnt op 29 juni een stevig stuk van Roos Verweij. Groot is dan ook de verbazing als in het debat dat volgt blijkt dat de PvdA in ruil voor een kleine toezegging het kabinet Rutte in deze wel aan een parlementaire meerderheid wil helpen. In het debat blijkt dat de PVV op meerdere punten dwars ligt. Met een dergelijke kans voor open doel om het kabinet Rutte pijn te doen biedt de PvdA zich aan als reddende engel. Maar goed, de wedstrijd is nog niet gespeeld. Eerst moet het gedrocht van het pokerpensioen sneuvelen in het referendum van FNV Bondgenoten en dan in de vergadering van de federatieraad van 12 september met hopelijk als gevolg het vertrek van het federatiebestuur. Een geloofwaardige herstart kan alleen met een nieuwe leiding gemaakt worden. Op het AGP-congres op 1 juli jl. heeft minister Kamp aangegeven dat de uitwerking van het pensioenakkoord nog 8 maanden tijd gaat kosten. Voordat het definitief in de Tweede Kamer behandeld wordt gaat dat nog wel even duren. De komende tijd zal ook de PvdA vol onder druk gezet moeten worden om haar steun aan dit plan van het kabinet Rutte te onthouden.
Pokerpensioen onnodig en ongewenst
Zoals wij in deze nieuwsbrief al hebben uitgelegd ontbreekt de noodzaak om de AOW en de pensioenleeftijd te verhogen en zijn de pensioenfondsen schokbestendig. Het alternatieve plan van FNV Bondgenoten is weliswaar een stuk beter dan het gedrocht dat de FNV-leiding gebakken heeft, maar ook dit plan gaat voorbij aan het feit dat de AOW en de pensioenleeftijd gewoon op 65 jaar kunnen blijven. Het verhogen van deze leeftijd om hiermee een deel van de rekening van de bankencrisis te betalen wijzen wij principieel af. Senator Reuten van de SP heeft ons al voorgerekend dat als je 3% extra heft op de 8% grootste vermogens in Nederland dit 18 miljard op levert. Laat de miljonairs deze crisis maar betalen.
Ga naar www.europamoetanders.nl en teken de petitie en abonneer je op onze nieuwsbrief. www.fnvvechtvoorjerecht.nl info@fnvvechtvoorjerecht.nl http://fnvvechtvoorjerecht.hyves.nl/
Nu eens niet over het financieel toetsingskader
Deze zomer houdt de FNV een referendum over de pensioendeal die ze met de werkgevers en het kabinet heeft afgesloten. Voor veel mensen is de hele pensioenkwestie ingewikkeld maar de deal is tot twee simpele zaken terug te brengen.
Op de eerste plaats, vind je dat in een fatsoenlijk land mensen van 65 moeten kunnen stoppen met werken en een redelijk inkomen krijgen? Als je vindt dat we dit door middel van een eerlijke inkomensverdeling moeten bereiken, stem dan tegen deze deal. Deze deal zegt niets over beperking van de hypotheekaftrek. Niets over een kleine belastingverhoging voor miljonairs om daarmee een klein beetje geluk te geven aan mensen die hun hele leven in de schoonmaak hebben gezeten. Die de villa’s van de rijken hebben gebouwd en hun villawijken hebben bewaakt. Deze deal zegt niks over multinationals die helemaal geen belasting betalen. Deze deal gaat erover dat je het allemaal zelf maar oplost. De AOW wordt iets meer verhoogd dan de regering van plan was maar toch bespaart deze twee miljard. Die miljarden komen niet bij de rijken en de grote bedrijven vandaan.
Ten tweede gaat het over de vraag of jij je lot in de handen van een ander wilt leggen. In de handen van iemand die roept dat je maar beter een slecht akkoord kan accepteren dan geen akkoord. Omdat geen akkoord zogenaamd nog slechter zal zijn, want dan zullen de regering en de werkgevers zogenaamd hun eigen gang gaan. Maar wil jij dan zelf helemaal geen rol spelen in dit miljarden gevecht? ‘Nee’ zeggen betekent niet dat er geen akkoord komt en de regering zijn zin krijgt. ‘Nee’ zeggen betekent dat er opnieuw iets moet en zal gebeuren. ‘Nee’ zeggen betekent dat er een probleem ligt voor degenen die de deal hebben gesloten. Dat er een grote groep is die zich niet klakkeloos laat bestelen. Die toch voor een goed pensioen en een rechtvaardige inkomensverdeling wil opkomen. Voor een land waar niet alleen de rijken en zeehondjes beschermd worden, maar ook gewone hardwerkende mensen. Niet dat dit ideaal met ons ‘nee’ uit te lucht komt vallen. Daar zullen we wel samen wat aan moeten doen.
Er zit natuurlijk een risico in als je ‘nee’ zegt. Namelijk dat de groep mensen die nee zegt niet verder wil protesteren en de onderhandelaars weer een nieuwe deal af sluiten. Net zolang tot we ‘ja’ zeggen. In Ierland werd net zolang een referendum over de Europese grondwet gehouden tot die werd goedgekeurd. Er is geen garantie dat wij onze zin krijgen, dat we meer mensen in beweging krijgen en dat er uiteindelijk een beter resultaat komt. Die garantie is er nooit als er een onderhandelingsresultaat wordt afgewezen en er acties gevoerd moeten worden. Acties komen er vaak niet eens van.
Maar realiseer je goed dat we niet vaak de mogelijkheid hebben om ‘nee’ te zeggen en goede kans hebben dat de meerderheid dit ook gaat doen. Deze regering is van ‘kansen pakken en risico nemen’. Laten we dat dan ook eens doen. Anders blijven wij de risico’s lopen en pakken zij de winst.
Van deze regering mogen we met een knuppel een inbreker in eigen huis te lijf gaan. Laten we met z’n allen de knuppel in het hoenderhok gooien en ze eens echt iets geven om over te kakelen.
Wat blijft van de ‘affaire DSK’?
Als er een ding duidelijk is geworden, is dat er voor feministes weinig nieuws onder de zon is. Voor feministische activisten is al tientallen jaren duidelijk dat talrijke vrouwen op de werkvloer het slachtoffer worden van seksueel geweld, uitgeoefend door cliënten, management of collega’s. En kamermeisjes lopen bovengemiddeld risico.
Sinds de affaire DSK heeft ook de reguliere pers deze realiteit opgepikt en onthullen zij de risico’s die duizenden werkneemsters lopen. Zo was er de kwestie van het jonge kamermeisje uit Guinee die vertelde hoe zij het slachtoffer werd van het seksuele geweld van een official uit Qatar, lid van de entourage van de prins van dit golfstaatje. Dit gebeurde op 27 juli in het hotel Park Hyatt hotel, in de chique buurt Paris-Vendôme. Haar klacht bleef zonder gevolg. Dat honderden kamermeisjes toen DSK werd voorgeleid hun solidariteit toonden met Nafissatou Diallo (de jonge vrouw uit Guinee die DSK aanklaagde) is niet voor niets.
Ook in het geval van DSK geldt het principe ‘onschuldig tot bewezen schuldig’ en ook politici hebben het recht op een privé leven. Je bent vrij om met je seksualiteit te doen wat je wil en met de instemming van volwassen partners je eigen keuzes te maken. Dit is ook de inzet van de advocaten van DSK die zeiden dat er sprake was van vrijwillige, wederzijdse instemming. Zij proberen de indruk te wekken dat er sprake was van een politiek complot tegen de man die als presidentskandidaat van de Parti Socialiste allicht de meeste kans had gemaakt tegen president Sarkozy. Recent verklaarden de advocaten van DSK dat zij niet pogen de reputatie van de aanklaagster te ‘besmeuren’. Maar zoals de journalist Frédéric Ploquin op 15 juni opmerkte in het feministische tijdschrift Marianne is dit slechts omdat de privé detectives die de opdracht hadden het verleden van Diallo na te gaan, niks hebben kunnen vinden; ‘ondanks al het gewroet, het lastigvallen van buren, het volgen van familie, het beeld van Nafissatou Diallo als een Afrikaanse immigrante die overuren moet werken om te overleven in New York bleef overeind’. En Diallo moet ook nog zorgen voor een vijftien jaar oude dochter! Volgens kennissen is Diallo een zeer gelovige moslima. Het zijn allemaal feiten die de versie van DSK moeilijk te geloven maken.
Wat er op de veertiende mei precies gebeurde in een van de suites van hotel Sofitel in New York weten we niet. Maar wat feministes in Frankrijk en daarbuiten in woede heeft doen ontsteken is het ontbreken van enige belangstelling voor het veronderstelde slachtoffer. Dagenlang waren vrienden en vriendinnen van Strauss-Kahn in de media om hun onvoorwaardelijke steun te verklaren aan deze man die ‘boven alle verdenking’ zou staan. Was dat omdat hij toen nog hoofd van Internationaal Monetair Fonds, en dus een machtig man, was? Sommige veroordeelden verder het ‘felle karakter’ van het Amerikaanse rechtssysteem of klaagden dat ‘de media’ DSK ‘kapot maakten’. Op 16 juni verklaarde J. Lang, de voormalige minister van cultuur onder Mitterrand, dat men rustig moest blijven want ‘er was niemand omgekomen’. De journalist Jean-François Khan, van de publieke radiozender France-Culture, sprak van een ‘troussage de domestique’, een archaïsch eufemisme voor een seksuele relatie met huishoudelijk personeel; ‘het is niet in orde maar…’. Deze twee zijn bijgedraaid en betreuren het nu ‘verkeerd begrepen te zijn’. Dan is er nog Ségolène Royal, presidentskandidate voor de PS in 2007, die journalisten op het hart drukte om vooral aan ‘de mens’ Strauss-Kahn te denken. Al deze mensen hadden geen woord over voor het veronderstelde slachtoffer. Juist dit bracht feministes in Frankrijk in beweging.
Twee feministische collectieven, Les barbes (de snorren) en Osez le féminisme (Waag het feminisme) lanceerden op 21 mei een oproep: Sexisme: ils se lâchent, les femmes trinquent (‘Seksisme: mannen laten zich gaan, vrouwen betalen het gelag’). Binnen enkele dagen tekenden 30.000 mensen. Een dag later vond er in het centrum van Parijs een manifestatie plaats, gesteund door verschillende politici en opiniemakers, tegen het seksisme in het dagelijks leven, de media en de politiek. Radio en pers konden dit protest niet negeren, te meer omdat enkele dagen eerder het nieuws kwam dat de rechtse minister van publieke diensten, Georges Tron, door twee voormalige werkneemsters van het stadhuis waar hij toen burgemeester was werd beschuldigd van aanranding en verkrachting. Hij nam snel ontslag ‘om zichzelf te kunnen verdedigen’.
Wat is er nu, na al deze schandalen, veranderd? Volgens veel feministes, verschillende dingen. Ten eerste, begonnen vrouwen zich publiekelijk uit te spreken over ervaringen die jarenlang verborgen waren en waar zij niet over durfden te spreken. Emmanuelle Piet, van het feministische ‘collectief tegen verkrachtingen’ vertelde in een interview in de krant Le Monde op 9 juni dat hun hulplijn nu tussen de 20 en 30 procent vaker gebeld wordt. Verder hebben activistes ook de verwarring aangevallen die de aangeklaagden creëren door verleiding, die plaatsvindt met wederzijdse instemming, over een kam te scheren met seksuele intimidatie, een daad van geweld en beperking.
In tegenstelling tot wat soms gedacht wordt vindt geweld tegen vrouwen in alle lagen van de bevolking plaats en is het verschijnsel niet beperkt tot probleemwijken. De Franse feministische beweging veroordeelde de kloof tussen de feministische retoriek van de regering Sarkozy enerzijds en de feiten van de strijd tegen vrouwenmishandeling anderzijds. De Franse wet op seksuele intimidatie loopt achter op Europese wetgeving. De wet uit 2010 – aangenomen onder druk van de feministische beweging en de linkse partijen – is uitgehold en er is onvoldoende geld beschikbaar om geweld tegen vrouwen te verhinderen en hulpverleners te trainen. Feministes blijven dus actie voeren en er zijn plannen voor een nationale betoging.
Josette Trat is samensteller van ‘Cahiers du féminisme, dans le tourbillon du féminisme et de la lutte des classes’ (uitgever Syllepse), over het socialistisch-feministische tijdschrift Cahiers du féminisme.
Nafissatou Diallo zou op verschillende punten gelogen hebben in haar aanklacht. Dat kan haar geloofwaardigheid sterk ondermijnen en de aanklager er mogelijkerwijs toe aan zetten van de zaak af te zien. Maar alle onthullingen over haar – over geld, over mogelijke witwaspraktijken – zeggen niks over de vraag of DSK haar nu wel of niet verkracht heeft die dag.
Diallo zou in ieder geval niet de enige in deze zaak zijn die gelogen heeft – in zijn eerste verhoor beweerde DSK dat er niks was gebeurd. Nu zeggen zijn advocaten dat Diallo zichzelf aanbood en kwaad werd toen DSK niet wilde betalen. Pas toen er onomstotelijk bewijs kwam dat er iets gebeurd was, DNA op Diallo’s kleding, veranderde hij zijn verhaal. Waarom zou gelieg van Diallo betekenen dat er niks gebeurd is terwijl leugens van DSK er niet toe zouden doen? Waarom die dubbele standaard?
Wat doet het ertoe dat Diallo geen engel is, misschien zelfs de wet overtreed? Ook mensen die de wet overtreden kunnen verkracht worden – het wordt voor hen alleen nog moeilijker om hun gelijk in de rechtszaal te halen. Diallo is een immigrante, met een laag loon en slechts dankzij een asielvisum in de Verenigde Staten. Gelooft er werkelijk iemand dat zij deel uitmaakt van een complot tegen een steenrijke, machtige man? DSK is aangeklaagd voor verkrachting en heeft het recht zich te verdedigen. Diallo heeft het recht om haar verhaal te doen in de rechtszaal – alleen daar kan besloten worden of DSK schuldig is of niet.
