Duurzaam en sociaal moet en kan
De vraag is niet of we moeten veranderen, maar hoe we veranderen. En vooral: hoe we sneller omschakelen naar een duurzame samenleving. Die vraag stond centraal op het jubileumcongres van milieudefensie eind mei. Een bijdrage aan een debat naar aanleiding van 40 jaar Milieudefensie.
‘In 2050 hebben we het verspeeld, verknald. De Aarde is op. In 2050 hebben we de grens bereikt. Dat was de boodschap van de Club van Rome veertig jaar geleden.’ Met die woorden opende Hans Berkhuizen, directeur van Milieudefensie, het jubileumcongres. ‘Bij Milieudefensie zijn we mensen met hoop en geloof in een bereikbare groene toekomst. Datzelfde optimisme, twintig jaar geleden, was onze reactie op het rapport van de Club van Rome. Ons ‘Actieplan Nederland Duurzaam’ toonde aan dat alle zeven miljard mensen, stuk voor stuk, aangenaam kunnen leven – met behoud van natuur en biodiversiteit.’
En hij vervolgde: ‘Waarom worden we niet steeds groener en eerlijker? Zijn het de multinationals, die alleen aandacht hebben voor hun aandeelhouderswaarde? Volgens mij moeten we ook naar onszelf kijken. Naar onze manier van consumeren. Van meer willen, van rupsje nooit genoeg. Dat wil ik wel eens op de politieke agenda zien.’ ‘De krachten bundelen, maatschappelijke organisaties, ambtenaren, bedrijven, politici, burgers… Samen kan het! Samen met u zie ik aan de horizon wel die groene samenleving.’
Dit openingswoord laat enerzijds de goede kanten zien van de milieubeweging en anderzijds de valkuil waar steeds opnieuw in wordt getrapt. Kritische vragen stellen en creatieve oplossingen bedenken is altijd een van de sterke kanten geweest van de milieubeweging. Hun vragen en alternatieven hebben, letterlijk, veel in beweging gebracht en veel veranderd. Maar anderzijds is er de valkuil om om het grotere geheel, de verbanden waarin mensen leven, uit het oog te verliezen.
Denken en dromen
Egbert Tellegen, een van de oprichters van Milieudefensie, vind het tijd om weer meer aandacht te geven aan dit grotere geheel: het rapport van de Club van Rome, een van de inspiratiebronnen van Milieudefensie, stelde volgens hem eigenlijk het kapitalisme ter discussie. Hij betreurt het dat het maatschappijkritische besef uit het milieudebat is verdwenen. Er is te ver doorgeslagen in de behoefte om vooral positieve boodschappen te brengen en oplossingen voor ecologische problemen te zoeken in de techniek, zonder de bestaande kaders ter discussie te stellen. We moeten weer durven dromen stelt hij.
Ook Wouter van Dieren komt op voor een gedegen analyse van de oorzaken van de milieuproblematiek. Voor Van Dieren is de ideologie van de vrije markt het grootste obstakel dat de milieubeweging moet proberen te overwinnen: ‘de markt-isten zijn erger dan de marxisten van destijds. Waar is het grote denkwerk om dat feilloos bloot te leggen?’
Twintig jaar geleden durfde Milieudefensie nog te dromen. Het rapport ‘Nederland Duurzaam’ bevatte een schets van hoe Nederland er nu uit zou moeten zien. Maar ook in dit rapport werd onderschat hoe hardnekkig en diep doordrongen het systeem van de vrije markt en het maken van winst is. Er wordt te makkelijk gedaan over het veranderen van het bedrijfsleven, zoals overheidsregulering door ‘ecotaksen’, voorlichting en druk door consumenten. Maar het bedrijfsleven lijkt vooral zichzelf te moeten veranderen. Aan de tegenstelling tussen werken aan duurzaamheid en het winststreven wordt voorbij gegaan. Bedrijven streven nu eenmaal naar winst en ontwikkelen die producten die de grootste winsten opleveren. De ontwikkeling en uitbreiding van openbaar vervoer stagneert niet zomaar, maar omdat het bedrijfsleven dit bewust tegenwerkte. In de Verenigde Staten rijden nu minder treinen en trams dan in de eerste helft van de twintigste eeuw – openbaar vervoer is bewust de nek om gedraaid. Met winsten uit het openbaar vervoer werden door overheden wegen aangelegd omdat er in benzine- en autoverkoop een goudmijn voor winst open lag. Hoe de maatschappij er nu uit ziet kwam niet vanzelf, gevestigde belangen waren een belangrijke drijfveer.
Groene en grijze wollen sokken
Die belangen en het soort samenleving waar ze deel van uit maken zijn niet veranderd. Nog steeds draait het om economische groei, om winst maken en consumentisme. Misschien omdat grote mobilisaties tegen onder andere kernenergie, de uitbreiding van Schiphol, de Maasvlakte en de aanleg van de Betuwelijn geen resultaat brachten ging een deel van de milieubeweging op zoek naar een tussenweg. ‘Groene’ kapitalisten lijken voor dit deel van de milieubeweging de nieuwe achterban te worden: ‘if you can’t beat them, join them.’
Er wordt aansluiting gezocht bij leiders uit het bedrijfsleven als Paul Polman van Unilever. Die worden neergezet als inspirerende voorbeelden die, om hun winsten veilig te stellen, op energie en grondstoffen besparen omdat deze schaarser en duurder worden. Ze geven hun producten meerwaarde door ze als ‘duurzaam’ op de markt te brengen. En meer waarde betekent meer winst. In dit wereldbeeld gaan de positieve en leuke oplossingen prima samen met nog meer geld verdienen.
Het lijkt alsof het vanzelf gaat, dit ‘vergroenen’ van het bedrijfsleven. De praktijk ziet er een stuk anders uit. Een van de redenen waarom zoveel grote cacao-producenten bijvoorbeeld onlangs in de groene chocola stapten is dat er jaren niet geïnvesteerd is in de productie van cacao, niet in de plantages, niet in de boeren. Er moest wel iets gebeuren om de winsten veilig te stellen en als dat kan door duurzame chocola te produceren, prima.
Dus dan maar geen groene chocola meer kopen, niet positief zijn over deze ontwikkeling? Natuurlijk niet. Het feit dat deze ontwikkeling mogelijk is komt door druk van boerenorganisaties, vakbeweging en milieubeweging: zij organiseerden de mensen in de cacao en hadden de alternatieven. Zonder deze druk hadden de ‘groene’ captains of industry hun beleid niet gewijzigd. De kracht van de milieubeweging ligt dus niet bij het overreden van de bedrijfsleiding maar in deze bewegingen die druk uit kunnen oefenen. Bij het organiseren van dit soort bewegingen, en overleg voeren vanuit de kracht van deze bewegingen, moet dus de prioriteit liggen.
Overleggen en prijzen
Bij het organiseren van bewegingen die daadwerkelijk druk uit kunnen oefenen zitten twee dingen in de weg. Ten eerste is er de professionalisering van de milieuorganisaties en hun afhankelijkheid van subsidies. Door het eerste loopt de milieubeweging het risico in een afgesloten bubbel terecht te komen en zich te richten op overleggen met topambtenaren en beleidsmakers in plaats van in beweging komen, tussen de mensen. De subsidieafhankelijkheid, een resultaat van een zwakke beweging, maakt het moeilijk consequent te zijn. Vogelbescherming wijt het opgeven van het verzet door de Zeeuwse Milieufederatie tegen de inpoldering van de Hedwigepolder aan hun afhankelijkheid van subsidies van de provincie Zeeland. Milieuorganisaties worden nu door rechts weggezet als subsidiezuigers, volkomen onterecht vergeleken met de echte profiteurs van subsidies: grote bedrijven als PTT en Tom Tom vragen een miljard subsidie om hun plan voor file bestrijding uit te werken terwijl Milieudefensie voor een fractie van dat bedrag een eigen mobiliteitsplan maakte: het rapport ‘Bouwen aan een groene metropool’. Maar om echt sterk te staan, moeten we als milieubeweging onze onafhankelijkheid bewaren.
Het tweede obstakel is de strategie om te pogen mensen hun gedrag te laten veranderen, via de omweg van belastingen en beprijzing. We moeten af van het idee dat het bestedingsgedrag van individuen een reden is om iets wel of niet te doen. Dit idee versluiert de politieke keuzes die gemaakt worden. Mark Rutte stelt in zijn ‘Groen Rechts manifest’ dat de milieubeweging alles wat leuk is duur maakt en belast. We moeten juist benadrukken dat rechts alles wat leuk is voorbehoud voor de elite. Economische groei heeft de inkomensongelijkheid vergroot en de rijken zijn niet het voorbeeld van duurzaamheid – terwijl zij toch meer dan wie ook de keus hebben hun groene geweten te volgen.
Organizing
Vroeger kregen we ook de gewone man en vrouw de straat op. Logisch, want zij zaten in de stank van de Rijnmond of woonden op de gifgrond van Lekkerkerk. Els Bos van de FNV constateerde op het congres dat Milieudefensie het woord ‘werknemer’ niet eens kent. Vaak wordt, als het gaat om het aanspreken van bedrijven op hun producten of de manier waarop ze worden gemaakt, buiten de vakbeweging om gewerkt, zowel hier als in de Derde Wereld. De ‘schone kleren campagne’ is een van positieve uitzonderingen waar meer aandacht voor zou moeten zijn. Er zijn vaak genoeg mensen te vinden die vragen stellen bij het ecologische beleid van het bedrijf waar ze bij werken. Deze mensen zouden we samen met de vakbeweging in kunnen schakelen – dat zet meer zoden aan de dijk dan het nalopen van zogenaamde ‘groene leiders’ die, als de er ergens anders meer winst gemaakt kan worden, meteen overstag zullen gaan.
Weer gewone mensen overtuigen, samenbrengen en in beweging brengen dus. Het eerste begin van het verwerven van een nieuwe achterban gaat altijd moeilijk maar is noodzakelijk voor het opbouwen van een nieuwe milieubeweging. Het Rotterdams Milieucentrum probeert bijvoorbeeld mensen in de oude wijken en migranten te benaderen. Een vernieuwde milieubeweging moet mensen niet alleen wijzen op hun eigen gewoontes maar ook op wat ze samen kunnen doen: het gaat niet alleen om je eigen energiegebruik maar ook om samen bij de huisbaas aan te dringen op meer duurzame verwarmingsketels.
Bij de vakbeweging noemen ze een dergelijke aanpak van mensen samenbrengen op basis van hun gedeelde belangen, om hen collectief in beweging te brengen, tegenwoordig organizing. Dit concept dringt ook binnen bij de milieubeweging. Jammer genoeg verwijzen ze dan vaak naar campagne van Obama terwijl een veel positiever voorbeeld onder hun neus ligt: de staking en acties van de schoonmakers. In dit voorbeeld ligt het soort positiviteit die de milieubeweging nodig heeft.
Nu eens niet over het financieel toetsingskader
Deze zomer houdt de FNV een referendum over de pensioendeal die ze met de werkgevers en het kabinet heeft afgesloten. Voor veel mensen is de hele pensioenkwestie ingewikkeld maar de deal is tot twee simpele zaken terug te brengen.
Op de eerste plaats, vind je dat in een fatsoenlijk land mensen van 65 moeten kunnen stoppen met werken en een redelijk inkomen krijgen? Als je vindt dat we dit door middel van een eerlijke inkomensverdeling moeten bereiken, stem dan tegen deze deal. Deze deal zegt niets over beperking van de hypotheekaftrek. Niets over een kleine belastingverhoging voor miljonairs om daarmee een klein beetje geluk te geven aan mensen die hun hele leven in de schoonmaak hebben gezeten. Die de villa’s van de rijken hebben gebouwd en hun villawijken hebben bewaakt. Deze deal zegt niks over multinationals die helemaal geen belasting betalen. Deze deal gaat erover dat je het allemaal zelf maar oplost. De AOW wordt iets meer verhoogd dan de regering van plan was maar toch bespaart deze twee miljard. Die miljarden komen niet bij de rijken en de grote bedrijven vandaan.
Ten tweede gaat het over de vraag of jij je lot in de handen van een ander wilt leggen. In de handen van iemand die roept dat je maar beter een slecht akkoord kan accepteren dan geen akkoord. Omdat geen akkoord zogenaamd nog slechter zal zijn, want dan zullen de regering en de werkgevers zogenaamd hun eigen gang gaan. Maar wil jij dan zelf helemaal geen rol spelen in dit miljarden gevecht? ‘Nee’ zeggen betekent niet dat er geen akkoord komt en de regering zijn zin krijgt. ‘Nee’ zeggen betekent dat er opnieuw iets moet en zal gebeuren. ‘Nee’ zeggen betekent dat er een probleem ligt voor degenen die de deal hebben gesloten. Dat er een grote groep is die zich niet klakkeloos laat bestelen. Die toch voor een goed pensioen en een rechtvaardige inkomensverdeling wil opkomen. Voor een land waar niet alleen de rijken en zeehondjes beschermd worden, maar ook gewone hardwerkende mensen. Niet dat dit ideaal met ons ‘nee’ uit te lucht komt vallen. Daar zullen we wel samen wat aan moeten doen.
Er zit natuurlijk een risico in als je ‘nee’ zegt. Namelijk dat de groep mensen die nee zegt niet verder wil protesteren en de onderhandelaars weer een nieuwe deal af sluiten. Net zolang tot we ‘ja’ zeggen. In Ierland werd net zolang een referendum over de Europese grondwet gehouden tot die werd goedgekeurd. Er is geen garantie dat wij onze zin krijgen, dat we meer mensen in beweging krijgen en dat er uiteindelijk een beter resultaat komt. Die garantie is er nooit als er een onderhandelingsresultaat wordt afgewezen en er acties gevoerd moeten worden. Acties komen er vaak niet eens van.
Maar realiseer je goed dat we niet vaak de mogelijkheid hebben om ‘nee’ te zeggen en goede kans hebben dat de meerderheid dit ook gaat doen. Deze regering is van ‘kansen pakken en risico nemen’. Laten we dat dan ook eens doen. Anders blijven wij de risico’s lopen en pakken zij de winst.
Van deze regering mogen we met een knuppel een inbreker in eigen huis te lijf gaan. Laten we met z’n allen de knuppel in het hoenderhok gooien en ze eens echt iets geven om over te kakelen.
Uitgepolderd
De Stichting van de Arbeid (Star) bestaat nu meer dan 70 jaar. Als het aan ons had gelegen was zij gewoon met 65 met pensioen gestuurd. Wij hebben het daar niet voor het zeggen, maar het lijkt er toch op of het einde in zicht komt. Na de langdurige tragedie rondom het befaamde pensioenakkoord gaat het polderen steeds moeilijker. Dat lijkt niet aan de FNV leiding te liggen: Agnes Jongerius wil wel. Maar willen werkgevers en regering nog wel?
In 2004 waren er bijna een half miljoen mensen op het Museumplein, en een hele reeks stakingen en acties daar aan voorafgaand, voor nodig om een centraal akkoord op pensioen en pre-pensioen af te dwingen. Lang daarvoor was het overleg in de Star al vastgelopen. Geholpen door het meest rechtse kabinet dat Nederland tot dan toe had gehad, lukte het om de acties tegen aantasting van VUT en prepensioen het concentratiepunt te laten worden van zowat iedereen die tegen het kabinetsbeleid was. Wie herinnert zich nog de uitspraken van Brinkman die ons lui noemde en de Polen prees voor hun werklust? Of Zalm die lachend zei dat hij zou zwaaien als we op het Malieveld stonden?
In veel opzichten lijkt de huidige tragedie rond het pensioenakkoord op de situatie in 2004. Opnieuw hebben we het meest rechtse kabinet ooit. Opnieuw speelt er een ingewikkelde pensioenkwestie waar al veel te lang over overlegd wordt en waarvan aan een normaal mens niet meer is uit te leggen waar het om gaat. Nu zijn er andere ministers die graag naar demonstranten willen zwaaien. Zalm heeft bij DSB de crisis meegemaakt die hij zelf heeft helpen veroorzaken met zijn liberaliseringsbeleid. Daarvan zitten we nu met de gebakken peren.
Maar een aantal aspecten zijn wezenlijk anders. Werkgevers en regering gedragen zich anders. Ze hebben geen ruimte meer om toe te geven en willen ook niet toegeven. Ze maken gebruik van sentimenten tegen de vakbeweging en de verdeeldheid in de vakbeweging. De vakbeweging is al verdeeld vanaf het moment dat Agnes Jongerius na het sociaal akkoord van maart 2009 riep dat zij verhoging van de pensioenleeftijd niet zou gaan meemaken. Vanaf dat moment werden negen maanden verspeeld met onderhandelen met de werkgevers. Die wisten zich echter gesteund door een regering die wel een verhoging wilde.
Nadat het spaak liep in de SER, in het najaar van 2009, lukte het in de ontstane verwarring niet meer om genoeg mensen op de been te krijgen. Al die tijd daarvoor was immers gedacht dat protest organiseren toch niet nodig was omdat de FNV een redelijk alternatief had met haar eigen flexibele AOW plan. Een plan dat ook al moeilijk uit te leggen bleek en heel iets anders was dan de eenvoudige boodschap dat de FNV een verhoging van de pensioenleeftijd afwees.
Het afblazen van de acties en het erkennen van de nederlaag leidde tot verwoede discussies binnen met name de ABVA en Bondgenoten. Bij de ABVA behaalden de ‘kloofdichters’ mede daardoor een overwinning: de ABVA moest weer een solidaire, strijdbare vakbond worden in plaats van een gebureaucratiseerde, ‘sociale ANWB’.
Maar de FNV leiding werd gered door de val van het kabinet. De Taliban redde ons even van de verhoging van de AOW leeftijd: de pensioenkwestie werd controversieel verklaard. Een nieuwe kans voor actie? Wel op de manier zoals we bij de FNV gewend zijn: een manifest uitgeven en een campagne voeren voor een ‘sociaal Nederland’. En vooral opnieuw polderen. Jongerius ging weer samen met de werkgevers over de pensioenen praten – met als uitgangspunten het FNV plan voor een flexibele AOW en de ijdele hoop op een linkser kabinet. En het lukte om een compromis te bereiken waar we nu de wrange vruchten van plukken.
Onderhandelingen over de uitwerking zijn al zover gevorderd dat als er al massale acties gaan komen het maar de vraag is wat er nog kan worden tegen gehouden. Het nieuwe kabinet wacht af waar de sociale partners mee komen. Het pensioenakkoord geeft de kaders aan. Het gaat er niet meer om of de AOW en pensioenleeftijd omhoog gaan, maar hoe dat gaat gebeuren en wie dat gaat betalen. Gaat het er enkel om onze tot nu toe opgebouwde pensioenrechten veilig te stellen? Om een niet al te grote korting op je AOW als je toch met 65 wil stoppen? Om 0,6 procent of 0,7 procent extra verhoging van de AOW per jaar? Allemaal belangrijke zaken: het gaat om groot geld. Maar leg het maar uit. Weer is een groot deel van de achterban in de kou gezet. Weer de zijn het de laagst betaalden die de dupe gaan worden, de mensen die niet bij kunnen sparen, die zwaar werk doen. Dezelfde mensen die zich na 2004 ook al gedupeerd voelden toen ze de VUT en prepensioen regelingen via ingewikkelde constructies uit beeld zagen verdwijnen.
Het kabinet weet zich gesteund door de wetenschap dat veel mensen uitgekeken zijn op het ‘gepolder’. Het is een tegenstrijdig plaatje: mensen keren zich tegen de leiding van de vakbeweging en PvdA door wie ze zich terecht in de steek gelaten voelen. Maar ook keren ze zich tegen migranten en werklozen: de mensen die zogenaamd het geld hebben opgemaakt. En tegen de grootverdieners met de bonussen. Daar komen ze ook weer oude bekenden tegen in bijvoorbeeld raden van commissarissen: Lodewijk de Waal bij de SNV en Wim Kok bij de ING. Ook flexiblisering en de opkomst van pulp arbeid hebben verdeeldheid gezaaid.
Een strijdbare vakbeweging is nu meer dan ooit nodig. Want welke uitzendkracht of ZZP-er bouwt nog pensioen op? En hoe kan je voldoende pensioen opbouwen als je afhankelijk bent van kleine schoonmaakbaantjes? De discussie over AOW-leeftijd is feitelijk een strijd om het aanzien van de vakbeweging, om haar uitstraling en aantrekkingskracht naar de werkende bevolking. Een vakbond moet eenvoudigweg opkomen voor de belangen van de werkende mensen. En niet samen met de veroorzakers van de huidige crisis opkomen voor herstel van ‘de economie’ zonder te kijken naar wie nu eigenlijk baat heeft bij zogenaamde ‘herstelmaatregelen’. Een vakbond die goedpraat dat werkende mensen inleveren zodat banken uit de schulden gered kunnen worden is de naam niet waardig. De FNV zou geen deel van het establishment moeten willen zijn maar zich hier juist tegen verzetten.
In 2004 lukte het om de zaak van pensioenen te verbinden met andere thema’s, zoals de strijd tegen werkloosheid, tegen bezuinigingen, en met respect voor gewone werkende mensen. Maar nu verliest de FNV verliest steeds meer het initiatief. Ook de Europese Unie gaat zich bemoeien met onze loonsverhogingen en pensioen. Rechts, dat altijd beweert tegenstander te zijn van bureaucratische regelgeving, weet zich gesteund door internationale boekhoudregels en de regels tegen zogeheten ‘concurrentievervalsing’ en zegt ‘niet anders te kunnen’. De Europese Commissie wil rechtstreeks in kunnen gaan grijpen in CAO’s. Naast werkgevers en regering wordt het zo drie tegen één.
Er is genoeg reden om door te gaan om de vakbeweging weer opnieuw uit te vinden. Zoals door de kloofdichters is gedaan bij de ABVA, zoals door de schoonmakers is gedaan in hun acties voor menswaardige arbeidsvoorwaarden. Organizing is geen trucje om meer leden te krijgen. Het gaat alleen werken als de FNV, net als de werkgevers en regering, stopt met polderen en vertrouwt op de kracht van haar leden. Daarvoor zijn duidelijke eisen met een aansprekend verhaal en actie door mensen die er ook echt voor gaan nodig. Alleen dan kunnen we leden en niet-leden inspireren en overtuigen dat het waard is om te vechten en je dat gevecht ook kunt winnen. Maar wie niet waagt zal ook nooit winnen
Patrick van Klink
Een akkoord voor bazen en verzekeraars
Agnes Jongerius sloot een pensioenakkoord met de werkgevers. FNV Bondgenoten is tegen, de positie van ABVA en Bouw is dat ze zich eerst beraden. Zoals het er nu ligt hebben alleen werkgevers en verzekeringsmaatschappijen rede tot blijdschap.
Er was al de hele week gerommel in de pers. Is er nu wel of niet een akkoord, en wat staat er precies in? In het nieuwe principe akkoord staat eigenlijk hetzelfde als in het ‘bijna akkoord’ van een aantal maanden geleden, dat weer sprekend leek op het akkoord van een jaar geleden – Jongerius is al deze tijd geen iota opgeschoten.
Hoe moet het nu wel verder ? Het maakt nogal een verschil of Bondgenoten alleen zal staat of dat ABVA en Bouw zich ook tegen het akkoord keren. Dit zijn de drie grootste bonden. Zullen, naast wat in het akkoord staat, ook de bezuinigingen die minister Kamp door wil voeren zoals het beperken van de pensioen opbouw, doorgevoerd worden? De beperking van de pensioenopbouw betekent tot 4 jaar langer werken om hetzelfde eindbedrag te bereiken als volgens de huidige regelingen. Dit treft vooral diegenen die nog veel op moeten bouwen: jongeren dus. Daarnaast wordt het duurder om voor je vijfenzestigste pensioen op te nemen. Weg prepensioen, weg alles wat we bereikt hadden met het Museumplein akkoord. Deze verslechteringen treffen ook mensen die voor 2020 de leeftijd van 65 jaar bereiken.
De Bond moet het akkoord beoordelen aan de hand van onze eigen uitgangspunten zoals een pensioenregeling die veel lijk op de huidige, de AOW met 0,7 procent omhoog en plannen om te zorgen dat ouderen aan het werk kunnen blijven als we de AOW verhogen – en dan is de conclusie dat het akkoord afgewezen moet worden onontkoombaar.Bovendien moeten we ook denken aan de plannen van minister Kamp. Dat betekent dubbel afwijzen. We moeten alles in het werk stellen om de Bondsraad en Bestuur van ABVA en Bouw aan onze kant te krijgen want wat er nu staat te gebeuren is een grote stap in afbraak van wat eens het beste pensioenstelsel ter wereld genoemd werd.
Door de voorgestelde maatregelen worden jongeren afhankelijk van verzekeringsmaatschappijen om een redelijk pensioen op te bouwen. Het eigen, verplichte fonds zal door beperking van de opbouw niet genoeg pensioen meer bieden. En als de werkgever niet meer verplicht is mee te betalen, of garant te staan als het economisch slecht gaat, gaan de pensioenen gewoon omlaag. En als je nog pensioen aan het opbouwen bent lever je net zo hard in. De vraag waarom je überhaupt lid zou zijn van een pensioenfonds dringt zich vanzelf op - zo wordt de solidariteit verder onder druk gezet.
Verzekeringsmaatschappijen bouwen met dezelfde premie veel minder pensioen op dan pensioenfondsen. Bij verzekeringsmaatschappijen gaat ruim 20 procent in de kosten zitten, bij pensioenfondsen is dat 3 to 5 procent, afhankelijk van de grootte van het fonds. Zijn verzekeringsmaatschappijen dan misschien professioneler? Daarvan zagen we een voorbeeld bij het haven pensioenfonds: toen dat overging naar een verzekeringsmaatschappij verdween binnen korte tijd anderhalf miljard euro.
De verhoging van het AOW met 0,6 procent is een sigaar uit eigen doos, betaald door het afschaffen van de ouderenkortingen en belastingvoordelen van ouderen. Deze waren bedoeld voor mensen met enkel AOW. Als je geen of weinig pensioen hebt, ben je dus de pineut. En eerder stoppen voor mensen met zware beroepen? We horen er niks meer over. En hoe gaat de arbeidsdeelname van ouderen precies verhoogt worden? Het blijft oorverdovend stil.
Met dit akkoord is iedereen de klos, behalve de werkgevers en de verzekeringsmaatschappijen die er een nieuwe markt bij krijgen. De verzekeringsmaatschappijen kunnen weer mooie beleggingsconstructies bedenken – tot ze omvallen en met belastinggeld overeind geholpen moeten worden. Want als het om groot geld gaan dan mag je niet omvallen, als je weinig geld hebt ben je aangewezen op je eigen verantwoordelijkheid.
Wie heeft het voor het zeggen in de FNV? De 1,5 miljoen leden of de 17 voorzitters? De eerste stap is tegenstemmen, daarna is er nog een hoop te doen om deze ellende van tafel te krijgen. Om democratie in de bonden te redden moet er een einde komen aan het gepolder.
