Alex de Jong

Jun 162012
After ten years of Maoist insurgency and a coup d'etat by the king in 2005, the Nepali people took to the streets in April 2006, forcing the king to hand power back to the parliament. It was the end of the only Hindu kingdom in the world but only a new step in the country's continuing political crisis. The Maoist party, the UCPN(M) has entered into a crisis itself and a split has become inevitable. - IV449 - June 2012 /
Aug 062011

De wereld als toneelspel

Okategoriserade Kommentering avstängd

Na de dood van Bin Laden duurde het niet lang voordat theorieën opdoken over de ‘waarheid’ achter de aanslag op de Al Qaida leider: een versie is dat hij al lang dood zou zijn geweest en alles in scène was gezet om Obama’s populariteit op te vijzelen. Waar komt de populariteit van dit soort gedachtespinsels vandaan?

In 2007 verscheen op internet de film Zeitgeist, the greatest story ever told. Volgens die film creëerde het ‘politieke establishment’ uit heidense mythen het christelijke geloof als een instrument om mensen te controleren. Op die manier zou het Vaticaan Europa eeuwenlang in een ‘politieke wurggreep’ gehouden hebben en zelfs verantwoordelijk zijn voor het begin van de Middeleeuwen. Dit motief van verborgen machthebbers keerde terug in de twee volgende delen; deel twee suggereerde dat de aanslagen van 11 September een inside job waren – de Amerikaanse overheid wist ervan of organiseerde ze zelf. Deel drie pretendeerde een geschiedenis van het bankwezen te zijn. Instemmend werd een Amerikaanse politicus van begin twintigste eeuw ten tonele gevoerd om te verklaren dat ‘internationale bankiers’ een ‘superstaat’ gecreëerd hebben en pogen om ‘de wereld te onderwerpen om hun eigen gemak te dienen’. Bij mensen die bekend zijn met antisemitisme gaan hier alarmbellen rinkelen: het idee van een internationale samenzwering van bankiers is een klassiek antisemitisch motief. En inderdaad, de politicus in kwestie, Louis McFadden, was overtuigd antisemiet.

Met de opkomst van internet en sociale media zijn informatie en communicatiemiddelen veel breder toegankelijk geworden: een positieve ontwikkeling, kijk bijvoorbeeld naar de rol van sociale media in de Arabische revoluties. Maar de uitbreiding van wereldwijde communicatie en informatieoverdracht maakt het ook makkelijker allerlei obscurantistische ideeën te verspreiden, iedereen kan zich voordoen als een ‘expert’. Samenzweringstheorieën die ontwikkelingen op wereldschaal verklaren als het werk van een verborgen elite krijgen zo hun kans. In dit wereldbeeld is, om de titel van een andere Zeitgeist film aan te halen, ‘the whole world a stage’: we kijken naar een show op de bühne, maar daarachter zitten de ‘echte’ machthebbers, mensen die al decennia- of eeuwenlang de loop van de geschiedenis bepalen. De populariteit van dit soort samenzweringstheorieën zal voor internetgebruikers niet als een verrassing komen. Het nieuwste deel van de Zeitgeist films was in januari in verschillende Nederlandse filmhuizen te zien en op Youtube zijn de films honderdduizenden keren bekeken. Ook in linkse kringen kom je mensen tegen die positief zijn over Zeitgeist of een gewillig oor hebben voor verhalen dat 9/11 een opzetje was.

Samenzweringstheorieën zijn geen nieuw verschijnsel. Het idee dat een geheime elite op cynische wijze de samenleving manipuleert is al eeuwenoud. Volgens Voltaire vonden priesters van de Katholieke kerk ook dat ze onzin verkochten en dat ze hun volgelingen bedrogen – hun enige motivatie zou, heel bewust, het eigenbelang zijn geweest. Het moderne antisemitisme dat in het Europa van de negentiende eeuw opkwam leverde een groot aantal motieven van moderne samenzweringstheorieën: bijvoorbeeld de tegenstelling tussen ‘goede’ en ‘slechte’ kapitalisten (bankiers) en een geheim streven naar een wereldwijde superstaat. Het zijn motieven die nu, soms onbewust, gerecycled worden. In het interbellum wonnen antisemitische ideeën een massapubliek en op het hoogtepunt van de Koude Oorlog in de vroege jaren vijftig meende Amerikaans rechts overal de agenten van een Communistisch complot te zien.

Samenzweringen links en rechts

Volgens het in kringen van samenzweringsdenkers populaire adagium dat de tegenstelling links – rechts niet van belang is, vinden hun theorieën gehoor over het hele spectrum. Zeitgeist presenteert zich eerder als progressief en bereikt ook mensen die zichzelf als links zien. Maar de meest talrijke samenzweringsdenkers op het moment zijn die van populistisch rechts: de Amerikaanse Tea Partiers die beweren dat Obama stiekem moslim is, Wilders die Europa ziet als het slachtoffer van een complot van moslims en de ‘linkse elite’ om het continent over te nemen. Kort voor de moord op president Kennedy in 1964 noemde de historicus Richard Hofstadter in een essay over de ‘paranoïde stijl in de Amerikaanse politiek’ een paar kenmerken van het samenzweringsdenken: de angst dat de nationale veiligheid ondermijnd wordt door externe en interne plots, het aanwijzen van buitenlanders en intellectuelen als de vijand en bovenal, woede over dat deze vijanden ‘het land hebben overgenomen’. Het is een beschrijving die bij zowel het denken van de Communisten-jagende senator McCarthy als dat van Geert Wilders past.

De populariteit van samenzweringsdenken ligt in het alomvattende karakter ervan, het biedt een verklaring voor gebeurtenissen die we anders niet zouden kunnen plaatsen. John F. Kennedy werd niet vermoord door een enkeling – een beangstigend idee over hoe kwetsbaar de samenleving is – maar was het slachtoffer van een groots complot. Hetzelfde mechanisme is zichtbaar bij zogenaamde ‘9/11 Truthers’, mensen die denken dat de aanslagen een inside job waren of zogenaamd slechts ‘vragen hebben’ maar deze stellen op zo’n manier dat de conclusie onvermijdelijk is. Op een vreemde manier is het geruststellend om te geloven dat de aanslagen het werk waren van allerlei machtige inlichtingendiensten en een internationaal terroristisch netwerk niet met betrekkelijke eenvoudige middelen op deze schaal dood en vernieling kon zaaien.

Natuurlijk bestaan er samenzweringen, groot en klein. In Nederland hebben we niks gehad dat vergelijkbaar is met COINTELPRO, de FBI operatie om in de jaren zestig met geweld, vervalst bewijsmateriaal en medialeugens radicaal links en de Black Power beweging onschadelijk te maken. Maar we hebben wel een geheime dienst die in de jaren zeventig een eigen maoïstisch partijtje oprichtte en meedeed met Gladio, een geheim programma om na een communistische machtsovername verzet te organiseren maar ook daarvóór al linkse bewegingen saboteerde. In Italië was Gladio bij tenminste één dodelijke bomaanslag die werd toeschreven aan linkse militanten betrokken – een soort ‘9-11 als inside job’ in het klein. In het schaalverschil ligt het verschil. Samenzweringsdenkers zijn indrukwekkende systeembouwers, elke tegenstrijdigheid, alle toevalligheid, wordt gladgestreken – in plaats daarvan komt de onzichtbare hand van ‘hen’. De wereld van de samenzweringsdenker is, om Hofstadter opnieuw aan te halen, veel coherenter dan de werkelijkheid met al zijn rommeligheid en tegenstrijdigheden.

Samenzweringen en de zwakheid van links

De afname van vertrouwen in de gevestigde politiek voedt de bereidheid om te geloven in samenzweringen. De afkalving van ideologieën die poogden de wereld te verklaren maakte ook linkse mensen meer gevoelig voor samenzweringsdenken. ‘Als iets gebeurt, dan is dat omdat iemand het zo wilde’ is vaak de meest spontane reactie op onverwachte gebeurtenissen en samenzweringstheorieën volgen precies dit patroon. Zelfs sommige vormen van wat voor linkse analyse door moet gaan zijn geen alternatief daarvoor maar zelf weinig meer dan samenzweringstheorieën. Alsof Haliburton het Witte Huis geheime instructies geeft om Irak binnen te vallen na een vergadering van aandeelhouders. Een marxistische verklaring waarom de macht in handen blijft liggen van een minderheid is een ingewikkeld verhaal over de eigen logica van kapitaal en concurrentie en hoe ook individuele kapitalisten daaraan onderworpen zijn. Die wedijver voedt bijvoorbeeld nationalisme en racisme die op hun beurt weer functioneren om andere tegenstellingen in stand te houden. Vooral in tijden waarin brede bewegingen die dergelijke analyses verspreiden ontbreken lijken samenzweringstheorieën veel meer voor de hand te liggen.

De logica van samenzweringsdenken is echter zeer elitair en zeker niet links. De samenzweringsdenker meent deel te zijn van een geprivilegieerde gemeenschap, toegang te hebben tot bijzondere kennis, tot de enige, echte waarheid. Gierig met hun privileges zijn ze niet: onvermoeibaar proberen ze anderen het licht te laten zien met websites, fora, boeken, pamfletten, radioshows. Maar wat als het publiek er niks van wil weten? Dan komt de elitaire natuur van samenzweringsdenkers naar boven. Als mensen de theorieën afwijzen, dan is dat niet omdat ze nog niet overtuigd zijn, laat staan dat de theorie gewoon niet klopt. Nee, de tegenstanders zijn zelf deel van de samenzwering – het gangbare oordeel van Truthers over mensen die hun theorieën bekritiseren – of ze zijn gewoon oerdom omdat ze zich afsluiten voor simpele informatie over hoe handeling X tot gebeurtenis Y leidde. Peter Joseph, de man achter Zeitgeist, noemt critici ‘geestesziek’. De gangbare term van samenzweringsdenkers voor ongelovigen is ‘sheeple’, een samentrekking van people en sheep.

Het idee dat sociale ontwikkelingen gecontroleerd worden door een geheime elite klinkt subversief maar is vooral verlammend. Als deze samenzweringen echt zouden bestaan en het de weigering van de massa’s, van de ‘sheeple’, om de ‘de werkelijkheid onder ogen te zien’ is die de samenzweerders beschermt, wat voor nut heeft het dan nog om te proberen onze samenleving te veranderen? Wat werkelijk beangstigend is aan de machtsverhoudingen in onze kapitalistische samenleving is niet de verborgen hand van samenzweerders maar dat niemand er controle over heeft. Kapitaal gehoorzaamt geen andere wetten dan de eigen. Maar dit betekent ook dat de geschiedenis niet voor ons gemaakt wordt door een handjevol samenzweerders maar we er zelf een rol in spelen. 

 

Aug 062011

De keizer en het jongetje

Okategoriserade Kommentering avstängd

Volgens het conservatieve tijdschrift New Republic is hij de ‘meest gevaarlijke filosoof in het Westen’. Slavoj Žižek is dankzij een schier eindeloze reeks boeken, humor en vooral zijn provocerende ideeën het filosofische equivalent van een rockster geworden. Centraal in zijn werk staat ideologie-kritiek.

Žižek groeide op in wat nu Slovenië is en tot 1991 deel uitmaakte van de ‘Socialistische Federale Republiek van Joegoslavië’. Žižek was gedurende de jaren tachtig een tegenstander van de Joegoslavische bureaucratie en hij wendde zich tot het gedachtegoed van Martin Heidegger – een filosofische gigant maar uitgesproken rechts, enige tijd zelfs lid van de nazi-partij. Toen het land in 1990-1991 uiteen viel was Žižek presidentskandidaat voor de liberale partij. Een opmerkelijke stap voor iemand die zich tegenwoordig graag communist noemt. Toch legde hij in die jaren al het grondwerk voor zijn latere gedachtegoed toen hij in Parijs het werk van de Franse pyschoanalyticus Jaques Lacan bestuurde. Žižek mag een groot deel van het krediet voor de comeback van deze notoir ingewikkelde denker opeisen.

De markt als God

Žižek’s eerste Engelstalige boek verscheen het jaar dat de muur viel. Na het zogenaamde ‘einde van de geschiedenis’ zagen de jaren negentig een triomfantelijk kapitalisme dat volledig dominant leek te zijn geworden. In dit boek, ‘The sublime object of ideology’, stelde Žižek de vraag waarom mensen bereid zijn ideologieën te volgen die tegen hun eigen belangen ingaan, zoals wanneer arbeiders op neoliberale politici stemmen. Sindsdien heeft deze vraag niks aan actualiteit verloren – integendeel: hoe kan het dat na het falen van het neoliberale economische model in 2008 neoliberale partijen nog steeds groeien? Om te begrijpen waar de aantrekkingskracht van ideologieën vandaan komt, keerde Žižek tot het werk van Lacan.

Een kernpunt van Lacans opvattingen over wat mensen motiveert is dat we sociale wezens zijn: onze persoonlijkheid en opvattingen vormen zich in wisselwerking met anderen. Het menselijke ego bestaat volgens Lacan uit twee delen: het eerste is ons ‘ideale ego’ – hoe we graag gezien zouden worden. Volgens Lacan is dit deel van onze persoonlijkheid gebaseerd op gedrag dat we om ons heen zien en dat we proberen te imiteren om ons geliefd te maken. De sociale omgeving waarin we opgroeien bestaat niet alleen uit de mensen om ons heen, in eerste instantie onze familie, maar uit de hele samenleving en alle gebruiken en waarden hierin. Het tweede deel van ons ego komt hieruit voort en is wat Lacan het ‘Ego Ideaal’ noemde. Dit Ego Ideaal is wat ons een plaats toebedeelt in het geheel van sociale gebruiken. Het Ego Ideaal is een innige band met een bepaald ideaal of met bepaalde opvattingen waar iemand zich aan meet en zo helpt een weg te vinden door de samenleving. Het geeft betekenis aan allerlei sociale gebruiken die op zichzelf niks betekenen. Is mijn ideale ego dat van de linkse intellectueel dan kan ik bijvoorbeeld op een terras, met een cappuccino binnen handbereik, proberen Lacans werk te doorgronden. Het Ego Ideaal is dan de symbolische kijker voor wiens ogen ik dat ego cultiveer.

Voor Žižek is wat we doen, vaak onbewust, bedoeld om in de gunst te komen van zo’n denkbeeldige toeschouwer en bepaald door onbewuste ideeën over wat anderen denken en willen. We zijn dus veel irrationeler dan we graag zouden denken. Volgens het neoliberale wereldbeeld zijn mensen individueel in staat om de wereld om hen heen te begrijpen en daar hun weg in te vinden. Juist dat is voor Žižek bij uitstek een ideologische valkuil. Ook een overtuigde neoliberaal weet bijvoorbeeld niet echt wat ‘de markt’ nou eigenlijk betekent, net zomin als een nationalist kan uitleggen waarom de eigen natie zoveel beter is dan andere naties of dat een christen kan uitleggen wat God is. Het geloof in die idealen geeft hen echter een plaats in de maatschappij, iets waarmee ze orde kunnen aanbrengen in de wereld om hen heen. Natie en God idealen zijn onzichtbare maatstaven die betekenis geven, keuzes bepalen en gelovigen een plaats geven in de samenleving. Is dat niet de manier waarop ‘de markt’ functioneert voor neoliberalen?

Voor Žižek hebben ideologieën een reëel nut als bouwsteen voor ons zelfbeeld en als zingeving, ze produceren een orde die de maatschappij overzichtelijk maakt. Daarom houden mensen hardnekkig vast aan de verdediging van ideologieën, ook als deze allang ‘rationeel’ onderuit gehaald zijn. Een nationalist die zich opoffert voor het ideaal van het vaderland handelt niet erg redelijk – maar hij was voor zijn dood wel iemand die een doel had en dacht de wereld te begrijpen. Een tweede functie van ideologieën is dat we er van kunnen genieten. De nationalist geniet van het gevoel deel te zijn van een machtig geheel als de leider een groots toekomstvisioen schetst en van zijn woede als hij tegen zogenaamde vijanden van het vaderland tekeer kan gaan.

De aantrekkingskracht van ideologieën, concludeert Žižek, ligt in dit soort irrationele maar werkelijke effecten. Politiek is dus ook een kwestie van emotie en passies, niet alleen van het oplossen van concrete problemen. Emoties, de bevrediging die we kunnen voelen door er in mee te gaan, de passies die symbolen kunnen oproepen, zijn cruciaal in het verklaren van het gedrag van mensen. Als een neoliberale politicus verkondigt dat we met zijn beleid allemaal de kans zullen hebben om succesvol te worden is het voor veel mensen die op hem zullen stemmen niet in de eerste plaats van belang dat ze denken zelf rijk te worden: wat telt is dat hij een visioen schetst waarin ze rijk zouden kunnen worden – en dat is al heel wat.

Waarom Lady Gaga reactionair is

Of mensen, diep in hun hart, ook daadwerkelijk geloven in ideologieën doet er niet zoveel toe: wat ertoe doet is dat we de verwachtingen van anderen volgen en het patroon reproduceren. We kunnen in ons hart best afstand bewaren tot een ideologie – wat telt is dat we doen wat we denken dat van ons verwacht wordt. Hier haalt Žižek graag de uitspraak van de theoloog Pascal aan over hoe je een goede gelovige wordt: eerst op de knieën gaan en bidden, het geloven zelf volgt wel. In onze samenleving die pretendeert zo veel rationeler te zijn dan het zeventiende eeuwse Frankrijk van Pascal, doet het er niet zoveel toe of we daadwerkelijk geloven dat product X of levensstijl B echt de resultaten opleveren die beloofd worden. Wat telt is dat we door die producten te kopen ons laten zien als volgers van een bepaalde levensstijl en mensen die willen wat beloofd wordt.

Een van de meest interessante aspecten van Žižek’s werk is zijn visie op hoe het moderne kapitalisme omgaat met het verlangen om ons allemaal als unieke individuen te presenteren. Dit gebeurt door in te spelen op de mogelijke kloof tussen ‘geloven’ en ‘doen’. Een groot deel van de moderne popcultuur is succesvol omdat zij ons in staat stelt te denken dat we mensen zijn die, in tegenstelling tot de rest, zich niet laten beduvelen maar afstand bewaren tot allerlei onzin. Het is een door en door ironische cultuur.

Een paar weken geleden deed op internet het gerucht de ronde dat Žižek en Lady Gaga bevriend waren geraakt en filosofische discussies voerden. Het verhaal was een hoax maar het leek aannemelijk dat Žižek, wiens boeken vergeven zijn van popculturele referenties, zou kunnen opschieten met Lady Gaga. Maar juist zij is een voorbeeld van een motief dat Žižek voortdurend bekritiseert: ze is een overduidelijke recycling van Madonna – maar in plaats van dat dit gebrek aan authenticiteit afstoot, trekt het aan. Door volop mee te gaan in de pastiche van jaren tachtig pop en zogenaamde queer symboliek tonen we ons, in de ogen van de onzichtbare ander, van het Ego Ideaal, als mensen die alle hints snappen, te slim zijn om echt te geloven dat ze goede muziek maakt. Dat hoeven we ook helemaal niet te geloven, zolang we die cd’s maar kopen. Ironie is niet subversief of kritisch: het produceert juist een verstikkend conformisme.

Toch kan de cultuur van ironie, van niks meer serieus nemen, de behoefte van mensen om zin te geven aan hun leven niet bevredigen. Vandaar dat we in de meest ontwikkelde samenlevingen een heropleving zien van het meest irrationele gedrag. Van allerlei vormen van mystiek bijvoorbeeld, zoals new age stromingen die iedereen een individualistische, eigen weg naar ‘verlichting’ bieden. Of van allerlei vormen van nationalisme waarin eeuwenoude heldendaden opeens weer van het grootste belang worden gemaakt. Meer indirect voedt de onvrede ook het klimaat van islamofobie: het idee dat miljoenen en miljoenen Moslims min of meer stiekem fundamentalist zijn is een ideologische fantasie. Maar dat, zo stelt Žižek provocerend, dat is niet de reden waarom vijandigheid tegenover Moslims zo’n gepassioneerde vormen aanneemt. Veel dieper zit de afgunst over het veronderstelde vermogen van de denkbeeldige Moslim om werkelijk ergens in te geloven.

Een van Žižek’s favoriete sprookjes is dat van de keizer zonder kleren. Elke dag liep deze naakt over straat maar omdat niemand van de norm af durfde te wijken, durfde niemand op deze dwaze toestand te wijzen. De keizer had immers, zo werd iedereen verzekerd, zeer mooie kleding aan van een stof zo fijn dat deze slechts door beschaafde mensen opgemerkt kon worden. Het was een klein jongetje, dwars van conventies, dat erop wees dat de keizer naakt was. Zo lang niemand op de overduidelijke naaktheid van de keizer wees, werkte alles prima – maar daarna veranderde alles. Žižek’s verwarrende, tegenstrijdige en vermakelijke boeken helpen een beetje om de rol van zo’n jochie te spelen en te laten zien dat moderne keizers als natie en markt, geen kleren dragen.

 

Aug 062011

Tegen homofobie en bezetting

Okategoriserade Kommentering avstängd

In juni was Haneen Maikey van de in Amsterdam. Grenzeloos sprak met haar over queer-zijn in Palestina en de Palestijnse vrijheidsstrijd

Het is belangrijk om mijn ervaringen als Palestijnse queer activiste te delen: de media hebben vaak alleen aandacht voor ons als slachtoffers, onze eigen stem wordt genegeerd. Al Qaws bestaat nu zo’n tien jaar en probeert een ruimte te creëren waar Palestijnse queers en HLBT’s (Homo’s, Lesbo’s, Biseksuelen en Transgenders) hun identiteiten kunnen tonen en steun krijgen. Voor ons maakt dit deel uit van een bredere visie op het ontmantelen van de seksuele en gender hiërarchieën in de Palestijnse samenleving.’

De Palestijnse samenleving is een van de weinige Arabische samenlevingen waarin een specifieke queer stroming vorm heeft gekregen. Waarom denk jij dat dit is?

Verspreid over noord-Afrika bestaan allerlei informele groepen maar Palestina en Libanon zijn de enige plaatsen met formele organisaties. Verzet is een dagelijks aspect van het leven voor Palestijnen en al tientallen jaren lang worden we uitgedaagd om onze identiteit. Ik groeide op in een klein dorpje in het noorden: pas toen ik naar Jeruzalem verhuisde dwong het alom aanwezige racisme me om mijn Palestijnse identiteit te ontdekken. Een eigen identiteit ontdekken en voor het recht daarop vechten is een bekende ervaring voor ons. Daarnaast worden we voortdurend vergeleken met Israël – een land dat zogenaamd verdediger is van homo-rechten terwijl de Palestijnse samenleving inherent homofoob zou zijn. Dergelijke vergelijkingen dwingen om over deze kwesties na te denken. Onze groep begon compleet a-politiek, slechts gericht op onze persoonlijke omstandigheden, maar ontwikkelingen als de tweede intifada, die in 2000 begon, en de oorlog tegen Libanon in 2006, waren belangrijke momenten die onze groep dwongen om politiek stelling te nemen.’

Hoe was het ontdekken van een identiteit als queer vergeleken met het ontdekken van je identiteit als Palestijn?

Mijn identiteit als queer ontwikkelde zich meer geleidelijk. Al Qaws biedt mensen de gelegenheid hun seksuele identiteit in hun eigen tempo te ontdekken. Ik herinner me het moment dat ik begreep dat ik zowel Palestijns als queer kon zijn. Het voelde vreemd om naar een vergadering te gaan waar we het alleen over queer hadden, maar op de terugweg tegengehouden te worden door soldaten omdat ik Palestijns ben. Westerse strategieën als ‘uit de kast komen’ zijn niet bruikbaar voor ons, een Gay Pride betoging zou onder andere nutteloos zijn omdat veel van onze leden niet ‘uit de kast zijn’ op de manier zoals westerlingen daar over denken. We hebben vrienden en familieleden die weten van onze seksuele identiteit, maar anderen weten het weer niet. In verschillende situaties kunnen we verschillende personen zijn zonder een rituele coming out. Uit de kast komen is een individuele benadering, ontstaan in een individualistische samenleving. De Palestijnse samenleving is veel meer gericht op het collectief. Mijn ouders nemen het me meer kwalijk dat ik niet meer in de buurt woon dan dat ik lesbisch ben. Veel mensen willen niet door een coming out een breuk met hun familie riskeren – niet omdat ze bang zijn voor geweld of zo, maar omdat ze zo’n prijs te hoog vinden.’

Met welke groepen werken jullie samen?

We werken nauw samen met Aswat (‘stemmen’ in het Arabisch), een organisatie van Palestijnse, homoseksuele vrouwen. We runnen samen een hulplijn, organiseren educatie en staan in contact met een netwerk van groepen die ijveren voor vrouwenrechten, mensenrechten en emancipatie, zowel binnen Israël als op de westelijke Jordaanoever.

We richten ons op de eerste plaats op de Palestijnse samenleving en hebben weinig contact met Israëlische groepen. Maar we hebben ook politieke meningsverschillen met de meeste Israëlische HLBT organisaties. Wij werden meer radicaal en politiek, terwijl zij juist integratie in de natie nastreven en specifieke rechten voor HLBT’s proberen te winnen. Of je nu Israëlisch of Palestijns bent, dat is niet mijn benadering.

Twee jaar geleden werden twee homo-jongeren gedood in Tel Aviv. Ook wij spraken onze afkeur uit over deze homofobe misdaad maar de betoging naar aanleiding van de moorden werd gedomineerd door blanke mannen en rechtse politici. Shimon Peres hield een toespraak om de moorden te veroordelen, terwijl hij medeverantwoordelijk was voor het doden van honderden Palestijnen enkele maanden eerder in Gaza, en er werd afgesloten met het zingen van het Israëlische volkslied. Palestijnen werden dus uitgesloten.’

Afgezien van de bezetting, wat zijn de specifieke problemen waar Palestijnse queers mee geconfronteerd worden? Natuurlijk horen wij veel over religieus fundamentalisme…

Volgens mij heeft deze politieke ontwikkeling geen grote gevolgen voor het dagelijks leven. Ondanks religieuze uitingen is de Palestijnse samenleving in wezen seculier. Ik breng veel tijd door op de westelijke Jordaanoever en ik zie geen extremistische golf van fundamentalisme. De Palestijnse samenleving is erg divers. Je kunt niet spreken over één ervaring, maar voor Palestijnse queers, binnen en buiten Israël, bestaan twee soorten uitdagingen. Je hebt de universele problemen waar queers mee geconfronteerd worden: je geïsoleerd voelen, opgroeien in een hetero-normatieve omgeving en natuurlijk homofobie. Daarnaast heeft de Palestijnse samenleving meer specifieke trekken, zo is het een zeer patriarchale samenleving. En er rust een groot taboe op seksualiteit, ook hetero’s spreken er niet over. We proberen seksualiteit in het algemeen tot een issue te maken zodat andere feministische of mensenrechtengroeperingen niet kunnen doen alsof het hen niet aangaat, zoals sommige van hen zouden doen als we alleen over homoseksualiteit zouden spreken.

Zowel Palestijn als queer zijn betekent op twee niveaus gediscrimineerd worden. Racisme tegen Palestijnen maakt geen onderscheid naar gelang seksualiteit. Discriminatie tegen Palestijnen is heel gevarieerd, van wanneer mensen je belachelijk maken om je accent of je in de bus vertellen dat ze geen Arabisch wensen te horen, tot soldaten die je in de rondte commanderen bij een checkpoint.’

Wat is de specifieke bijdrage die jullie als een queer groep pogen te leveren aan de Palestijnse bevrijdingsstrijd?

De meest onderdrukte mensen hebben ook het meeste belang bij sociale verandering. Je kunt ervoor kiezen om op te komen voor specifieke homo-rechten maar je kunt ook, zoals wij doen, op basis van de discriminatie die je ondergaat opkomen voor universele rechten en bevrijding. Wij proberen niet alleen homo’s en lesbo’s aan te spreken maar om ook op te komen voor mensen die zich gediscrimineerd voelen vanwege hun gender of hun onwil om te trouwen. Op die manier proberen we ook bondgenoten te vinden. Verschillende groepen proberen om de kwestie van Palestijnse queers te manipuleren: sommige Palestijnse groeperingen noemen ons ‘verwesterd’, volgens liberalen is seksualiteit alleen een privékwestie, en niet politiek, en ondertussen doet de Israëlische regering zich voor als een verdediger van homo-rechten. Onze ervaringen geven ons een uniek perspectief. Toen ik door de Verenigde Staten trok om spreekbeurten te geven werden we genegeerd door zionisten – wij hadden graag met hen gediscussieerd maar we lijken wel onzichtbaar te zijn voor hen. Palestijnse queers worden blijkbaar geacht het slachtoffer van de Palestijnse Autoriteit (PA) te zijn of gewoon niet te bestaan.

Onze belangrijkste politieke campagne is tegen wat pinkwashing genoemd wordt: het cynische gebruik van de Israëlische regering van de relatief uitgebreide rechten voor Israëlische HLBT’s om hun imago op te poetsen en de aandacht van schendingen van mensenrechten af te leiden. Ik hoor vaak de tegenwerping dat er niets mis mee is dat de Israëlische regering hun homo-beleid promoot, maar het gaat niet om homo-rechten. Israël schendt de mensenrechten, onderdrukt ons en beschuldigt onze samenleving ervan achterlijk en onverbeterlijk homofoob te zijn. Onze ervaringen als Palestijnse queers worden genegeerd terwijl onze samenleving zwart wordt gemaakt. Dit heeft niet alleen directe gevolgen voor hoe we internationaal gezien worden maar sommige Palestijnse homo-jongeren hebben dit vertoog overgenomen en dromen ervan naar Israël te vluchten. Maar de wet is heel duidelijk: Palestijnen kunnen geen asiel krijgen in Israël. Israël zal Palestijnse queers niet helpen. Wij hebben geen andere optie dan ons uit te spreken tegen pinkwashing.

Daarom ben je nu ook in Amsterdam toch?

Ja, ik zal een workshop geven over pinkwashing en homo-toerisme naar Israël. Meer specifiek wil ik het hebben over BDS (Boycott, Divestment, Sanctions) als een middel om ons te verzetten tegen het Israëlische beleid. Wij beschouwen onszelf als een integraal deel van de Palestijnse samenleving: dat bedoel ik niet nationalistisch maar in de zin dat wij onder dezelfde beproevingen leiden als andere Palestijnen. Wij waren daarom al deel van acties tegen de bezetting en Israëlisch racisme maar we hebben ook een groep gevormd die vanuit een specifiek queer standpunt actie voert voor BDS: Palestinian Queers for BDS. BDS is een veelbelovende, nieuwe strategie en wordt gesteund door de overgrote meerderheid van de Palestijnse civil society. Een nieuwe vorm van geweldloos verzet, onafhankelijk van de PA, krijgt nu vorm, gebaseerd op mensenrechten.

Wij proberen in de internationale queer context steun te krijgen voor BDS en zowel radicale als meer gematigde groepen over te halen BDS te steunen. Alleen externe druk kan Israël dwingen de bezetting te staken. In Europa zagen we het meeste resultaat met de oproep om de Algemene Vergadering van IGLYO (International Gay and Lesbian Youth Organization), die plaats vinden in Tel Aviv, te boycotten. Met deze oproep is de kwestie van de rechten van Palestijnse queers en de gevolgen van de bezetting daarop in tientallen HLBT-organisaties een discussiepunt geworden.

Met tien jaar van activisme hebben we onszelf bewezen als deel van de samenleving en laten zien dat we een specifiek bijdrage kunnen leveren. Onze opvattingen over seksualiteit en identiteit zijn nieuw in de Palestijnse samenleving en trekken de aandacht. Tegenwoordig komen ook hetero’s naar onze activiteiten omdat ze zich daar vrijer kunnen voelen. Waar ik het meest trots op ben is dat we een levendige beweging en een ruimte voor Palestijnse queers gecreëerd hebben.’ 

Jul 132011
Haneen Maikey from the Palestinian queer group Al Qaws was in Amsterdam in June talking about their struggles for sexual emancipation and against the Israeli occupation. Alex de Jong spoke with her about being queer and Palestinan and the queer contribution to the Palestinian liberation movement for the Dutch newspaper Grenzeloos. - IV438 - July 2011 / , ,
Jan 242011
The 1960s were worldwide a period of turbulence and change. But whereas in many parts of the world, the decade is often remembered as a time of exuberance and hope, in Indonesia it's split in half by a wave of intense violence. About 45 years ago, one of the great crimes of the twentieth century took place: from early October 1965 to March 1966, after a coup attempt by pro-Communist Party officers backfired, Indonesia witnessed the bloodiest massacres in its history. - IV432 - January 2011 /
Jun 302010
Twelve years after one of the bloodiest military regimes worldwide ended, the radical left still faces a hard struggle in Indonesia. An interview with Indonesian activist Paulus Suryanta Ginting. - IV425 - June 2010 /
Maj 312010

Islamophobia sets the terms

Engelska Kommentering avstängd
THE DUTCH GOVERNMENT didn't fall in February over involvement in Afghanistan, the unstable governing coalition stumbled over it. But the Islamophobic right wing might be the beneficiary. - IV424 - May 2010 /